jurk.m024

politiek : wat je kunt leren van achttienjarige debuutstemmers

We lopen naar het Rode Kruisgebouwtje, mijn achttienjarige tweeling en ik.  Het is een ritueel wat we al doen sinds ze vier zijn.  Stemmen en daarna pannenkoeken eten. Ik zie ons nog lopen,  aan elke hand één, zij trekken. Ik legde ze uit dat we voor de regering moesten stemmen, en vroeg wat ze belangrijk vonden.  “Dat de aarde altijd blijft, en de tijgers!” riep Dochter toen, met haar paardestaartjes.  “Dat niemand meer verdrietig is in Nederland, “ zei Zoon peinzend. Kuifje, bruine ogen serieus kijkend. Ik tilde ze op in het stemhokje, en dan mochten ze samen een kruisje zetten.  Deep down memory lane, wat was het schattig.

Ook toen ze ouder werden nam ik ze mee. Het was een ritueel, de ‘stemverkiezingen.’ Gemeente, provincie, het land, waterschappen, een paar referenda. We hebben wat afgestemd. Nu, eindelijk, mogen ze zelf. Ze kijken er al een jaar naar uit “Als we achttien zijn, mogen we stemmen.”  En daar lopen we weer, met zijn drieën.

Ze hebben er serieus werk van gemaakt. Behalve de kieswijzer hebben ze alle partijprogramma’s doorgeploegd.  “Ik ga op CDA stemmen,” zegt Dochter, die ook vooraan meeliep in de optocht van de klimaatspijbelaars. “Ze zitten al jaren in de kamer, dus ze hebben regeerervaring.  En ik vind het tof dat ze Christelijk zijn, maar niet kortzichtig. Het gaat toch over je naasten, hier bij ons in Nederland.”

“Ik stem VVD,” zegt Zoon.  “Keuzevrijheid voor iedereen. En ze vinden economie belangrijk. Dat vind ik ook.” Maar VVD vindt dochter te ver gaan.  “Als je dat maar uit je kop laat!” roept ze. “Dat is echt het stomste wat je kunt doen! Wil je dat Amelisweert weg gaat?  Dan moet je VVD stemmen! Vooral!“ Er blijkt een lobbyistje in haar schuil te gaan.

Hij is gevoelig voor haar statement. “Dan misschien D’66,” zegt hij. “Of Christenunie.” Ik meng me in het gesprek, en zeg dat hij dan maar Christenunie moet doen. Die zijn tenminste eerlijk. Niet dat ik zelf Christenunie stem. Bij mij wordt het Groen Links. Zo wandelen we discussiërend naar het Rode Kruisgebouwtje. “We lopen langs het steegje,” zegt zoon ineens. Zo lopen we nooit, alleen toen ze klein waren, omdat ze dat spannend vonden.

“Ah, jullie stemmen voor het eerst,” zegt het meisje bij het stemlokaal, als ze hun paspoorten heeft gecheckt. “Ja!” antwoordt dochter enthousiast.  Ik ga als laatste, moet op ze wachten. Zie dat ze wat onhandig het papier openvouwen, en alles goed bekijken. Ze doen er vrij lang over.  Misschien moeten ze toch nog nadenken, nu ze al die namen zien. Ze vouwen allebei heel precies de papieren op. “Moet dat nog op een bepaalde manier?”  vraagt dochter fluisterend, terwijl ze achterom kijkt. Ik schud nee.  Ze doen het papier in de stembus.  “Wat nou als je het in de verkeerde bus gooit?” vraagt dochter aan de mensen achter het kiesbureau.

Thuis eten we dit keer geen pannenkoeken, maar wraps. Zoon zegt dat hij D’66 heeft gestemd. “Hm,” grom ik. Dochter knikt tevreden. ’s Avonds zit ik met Zoon de exit polls te kijken. Dochter is aan het feesten met vrienden, geen idee wat ze viert dit keer.  “Die enge gladjanus heeft gewonnen!” appt ze, met erachter allemaal huilende en kotsende emoticons. Zoon baalt ook van de winst van Baudet.  Met name hoe hij tegen allochtonen en vluchtelingen aankijkt, irriteert hem. Hij heeft verschillende klasgenoten van internationale kom-af.  “Maar gelukkig kan hij nooit in zijn eentje regeren.” Zegt hij nuchter.

Ze staan oprecht en actief in onze samenleving.  Niet cynisch of zuur. Niet gehinderd door enige levenservaring. Het raakt me.

#politiek




There are no comments

Add yours