reisjurk3a1.2

Derde reisjurk

Waarom overal ter wereld Nederlanders rondslenteren. Al of niet in reisjurk. 

Ik schrijf dit stukje in een blauwe jurk.

De zon schijnt. Ik zit ergens midden in Frankrijk, ik ben verzeild geraakt in een soort amoureuze roadmovie die op dit moment een tussenstop heeft in een klein gehucht aan de rivier. Zelfs de TomTom kan ons niet vinden, en dat is een goed gevoel. ’s Avonds eten we wat in een plaatselijk restaurantje met tafeltjes van nephout maar met heerlijke gerechten. Er zitten een paar Franse Locals. En verrek, achter ons klinkt Nederlands. Het is niet de eerste keer dat er in het midden van nergens Nederlanders opduiken. Landgenoten zitten overal. Hoe komt het dat Nederlanders alle hoeken en gaten van de wereld opzoeken? Meer dan Duitsers, Spanjaarden of Amerikanen, die een veel grotere bevolking hebben?

Het reizen is een cultureel gegeven, beginnend rond het eind van de middelbare school. Eigenlijk al ver daarvoor, in het kielzog van je ouders. Verderop in je leven, je eindexamen op een haar na gehaald hebbend, besluit je de wijde wereld in te trekken. Rugzak mee (ik kon het af met een klein rugzakje met daarin een jurk, 3 schone onderbroeken, een paar hakken, rode lipstick, tandenborstel en pen en papier) en gaan. Natuurlijk zul je je moeder elke dag bellen, beloof je. Maar in de kibboets of in de jungle van Brazilië vergeet je dat straal.

Je wordt een keer beroofd, ontsnapt aan opdringerige mannen, wordt opgelicht, raakt de weg grandioos kwijt. Maar je leert ook wat echte gastvrijheid is, je ondergaat de liefdekuur en je weet hoe je zonder landkaart de weg kunt vinden. Gelouterd keer je terug naar je heimat, vol ervaringen en levensverhalen, melancholiek van de liefde die voorgoed aan het eind van de wereld zit. Langzamerhand zet je je beginnende leven op poten. Je gaat op kamers en wordt zelfstandig. Later ga je met je kinderen op reis. In morsige hotelletjes slaap je niet meer, want beddenvlooien waren toen ook al niet leuk. Maar de spirit is hetzelfde gebleven.

Nog weer later herhaalt de geschiedenis zich, en op dat punt dreig ik nu bijna te komen. Alleen sta ik nu aan de andere kant van de streep. Binnenkort zullen mijn kinderen alleen op reis willen. Ik zie er niet naar uit, want ik ken de gevaren. Aan de andere kant weet ik hoe sterk een reis je maakt, vooral geestelijk. Ik zal mijn kind op het hart drukken dat het me elke dag belt. Ik zal het waarschuwen, het manen de zorgverzekeringspas niet te vergeten. Een survivelgids in elkaar zetten. Ik zal mijn hart vast houden, elke dag weer. Bidden dat ze niets zal overkomen. Geen seconde zal het kind uit je gedachte zijn. Maar het moet. Je moet op reis om deze levensreis te leren. Dat vinden wij Nederlanders.

Waar dat idee dan vandaan komt? Geen idee, misschien iets met onze handelsgeschiedenis. Als Nederlander ga je erop uit. Het is hier misschien ook te klein en saai om altijd maar te blijven. Dus gaan we op reis.

“Duur is het hier niet,” hoor ik de Nederlanders in het Franse restaurantje zeggen. Ik zucht. We mogen een reizend volkje zijn, maar waarom zeuren we altijd en overal over geld?

Link: Tweede reisjurk

Link: Eerste reisjurk 

 

p.s.: like ons op facebook! 




There are no comments

Add yours