dsc32

Elises jurken

Dit is mijn nicht Elise. Ze woont aan de rand van het bos. Vandaag gingen we het bos in, mijn nicht en ik.

Er ligt een dekentje van gekleurde bladeren. De grond is zacht en verend, het ruikt naar humus. De zon valt door de bladeren. Koud is het niet, al is het herfst. We praten over het leven.
Honden lopen hier ook. Ik heb het niet zo op honden, vooral niet als ze een doorgefokte brede bek hebben waaruit het groene hondenslijm druipt. Daar komen er weer een paar aan, hard blaffend, slierten kwijl om zich heen. Ze zijn van een vaag maar groot ras. Ze storen behoorlijk, we hadden het net over  mannen.
Een hond trekt aan het gehaakte capeje van Elise. ‘Als hij hem maar niet onderkwijlt,’ denk ik bezorgd.
‘Ik hou niet van honden,’ piept Elise. Twee meter verder gaat de andere hond als een gek een gat graven, daarbij zandkluiten en bladeren omzich heen sproeiend. ‘Ga af,’ roept de baas. Die zin klopt grammaticaal niet.
Verder is het rustig in het bos. Af en toe komen we iemand tegen. Gehuld in een donkergroene of marine jas, met daaronder een onduidelijke broek. Elise en ik moeten er niets van hebben, van de grijsmuizerij.
‘Liever dat ze je onthouden vanwege je rare kleren, dan dat je opgaat in de grijze massa,’ vindt Elise. Ik ben het er roerend mee eens. Ik vertel over mijn ex, die vond dat de bloemen uit mijn haar moesten, mijn hakken minder hoog, de jurken niet met die felle kleuren of print, maar liever effen zwart en donkerblauw. Hij zeurde dat de jurken bij voorkeur niet wijd uit moesten lopen. En geen hoeden, vond mijn ex, vooral geen hoeden.
‘Jig,’ doen Elise en ik. Terug naar grijzemuizenland moet die man, alwaar hij hoort.
Ons soort draagt dus kleuren. En hysterische laarzen. Heerlijk om een nicht te hebben die zo mogelijk nog erger is dan ik.
‘Vind je niet dat je bij prints effen moet dragen, en andersom?’ vraag ik voorzichtig. Zo is me dat geleerd, ooit. Droeg mijn vader ruit op streep, dan werd hij subiet naar boven gecommandeerd door mijn moeder. Zoiets blijft hangen, in varianten. Maar Elise vindt dat ik normaal moet doen.
‘Maakt absoluut niet uit,’ zegt ze.
‘Of je nou bloemen bij ruit en streep bij tijger draagt, het is alleen maar vrolijk.’
En ze schopt met haar gebloemde laarzen wat blaadjes opzij. We botsen tegen een echtpaar op, dat Elise kent van haar werk.
‘Zeker je zus,’ zegt de man terwijl hij zijn hand naar me uitsteekt. De vrouw informeert of Elise het capeje zelf heeft gehaakt.
‘Nee, ik kan alleen maar recht,’ zegt Elise.
‘En ik kan alleen maar punniken met een paddenstoel’, denk ik. Ik zeg het niet hardop want de vrouw ziet eruit alsof ze voor heel Ede kleedjes haakt.
Thuis gaan Elise’s laarsjes weer in de kast. ‘Hee, die laarzen heb ik ook!’ zeg ik terwijl ik donkerblauw geborduurde laarzen aanwijs. Ik heb nog nooit gezien dat iemand die laarzen had. Ik tel nog drie paar laarzen die ik ook in mijn kast heb staan. En een rode polkadotjurk. Ook een zwart jurkje, zowaar.
‘Die jurk is geschikt voor sollicitatiegesprekken,’ licht Elise toe.
‘Maar dan wel met iets fel gekleurds eronder, natuurlijk.’
Ja uiteraard. Doe kleuren, veel, vaak en overal. Eindelijk iemand die het snapt.
fotografie: jurkenvanmaria

          tips van Elise

  • Let op je schoenen. Met de verkeerde schoenen of laarzen haal je je hele outfit naar beneden.
  • Combineer alles met alles. Doe niet voorzichtig.
  • Loop altijd op hakken, al knallen de eksterogen je schoenen uit.
  • Trek je zondagse goed op woensdag aan.
Info:
jurk, Talulabelle, 
laarzen, Bostons, cape, Talulabelle



There is 1 comment

Add yours

Post a new comment