Marieke van Willigen 003

ex-guerrilla jurk

Er is op de school van mijn kinderen een vuurwerkbom ontploft. De ruiten van drie verdiepingen zijn gesprongen en de verdachte is voor onbepaalde tijd geschorst. Ik heb mijn jurkje met rode bloemen aan als de kinderen het vertellen. Ze vinden het een buitengewoon geslaagde actie.

Ik hoor hier natuurlijk iets moreels over te zeggen, als moeder. “Wat als er mensen hadden gelopen, levensgevaarlijk.” “Dan had hij die vuurwerkbom niet afgestoken,” constateren mijn pubers. Het is lastig om hier in alle eerlijkheid iets van te vinden, want ik heb geen schoon verleden.

Ik ben ook vijftien en draag op het moment van de bom op mijn school eveneens een bloemenjurk, net als nu, 27 jaar later (de zaak is verjaard). Ik ben op die leeftijd een terrorist, met als enige doel het gezag van school ondermijnen. Op school zitten Urkers, die ik hoor opscheppen over een vuurpijl voor nood op zee. De vuurpijl bestaat uit een soort van stofjes die lang in de lucht blijven hangen. “Bluf dat je die in het het trappenhuis afsteekt,” zeg ik. De Urkers hebben er geen trek in. “Urkers zijn gewoon een bang volk, dat weet ik nu,” ga ik door. Dat vinden ze niet leuk. Na nog even doorpoken, beloven ze de volgende dag een vuurpijl af te steken.

Het is bijna pauze. De Urkers sluipen naar beneden onder het trappenhuis. Ik sta achter een paal te kijken. “Nu!” Ze steken de pijl af. De hele school, echt alles, is rood. Eén grote dichte damp, je kunt niets meer zien. We vluchten naar buiten. Dat het zo erg zou zijn, wist ik ook niet. De hele school is in rep en roer. Als het stof van de vuurpijl is neergedaald, blijft alle rode stof op de trappen liggen. De conrector is woedend en de Urkers worden opgepakt. Ze worden onder druk gezet. “Marieke zei dat…” begint iemand. De conrector onderbreekt. “Marieke van Willigen?! Zit zij hier weer achter?!” De conrector beent de kamer uit en trekt me ongeveer aan mijn haren uit de klas.

Ik moet zitten. De ondervraging begint. Maar ik ben voorbereid. “Het klopt dat ik de Urkers heb horen praten over de vuurpijl,” geef ik toe. “Maar ik heb ze niet gedwongen die vuurpijl af te steken.” Het wordt een discussie waarbij ik me alleen herinner dat de conrector zich enorm opwindt en roept dat hij me aan gaat geven bij de politie. Ik zeg dat hij dat vooral moet doen, maar wat hij dan precies wil aangeven? Dat hij blij mag zijn dat er geen ongelukken zijn gebeurd. Hij blaft me naar buiten ( ‘jouw brutaliteit is echt ongekend! Mijn kamer uit – NU!’). Ik geloof dat ik nog een uurtje heb moeten papier prikken wegens grote bek, that’s all. Hoe het met de Urkers is afgelopen, weet ik niet meer, maar ze hebben later wel gewoon examen gedaan.

Wat zeg je als voormalig teenage-guerrilliastrijder tegen je kinderen die de vuurwerkbom succesvol vinden en het niet eens hebben gedaan? Het is maar goed dat ze deze blog nooit lezen…

fotografie: Robert Oosterbroek

fotografie: Robert Oosterbroek

jurk, Superstition, laarzen, Sacha 

p.s.: like ons!




There are no comments

Add yours