img1574072757428

Gratis en voor niets: zelftherapie in de natuur

zelftherapie in de natuur

Een uur of negen ’s avonds.  Het is pikdonker op het strand, maar de golven weerkaatsen het maanlicht.  De wind striemt in mijn gezicht, de zee buldert. Het onweert in de verte, schichten in de zwarte zee, een fractie van een seconde. Het hagelt. Kleine scherpe pinnetjes op je huid. Dit is vechten met de elementen, als je in de herfst langs de zee wandelt. Handen diep in de zakken, kraag omhoog. Het is jij, de zee, het strand en de donkere wolken waar de maan soms achter vandaan komt.

Zo’n wandeling heeft hetzelfde effect als een uur yoga. Je kent yoga wel, in kleermakerszit proberen aan niets te denken en te gronden,  in een helverlicht zaaltje dat ruikt naar linoleum. Groter kan het contrast haast niet zijn. Maar dan verkies ik  toch het strand. Of het bos, als er geen strand voorhanden is. Het doel van de kleermakerszit of de ferme wandeling is vrijkomen van jezelf.  Stoppen met tobben. De rondtollende gedachten een halt toeroepen.  Die  gedachten komen eigenlijk altijd op hetzelfde neer: of je wel voldoet. En of je wel kúnt voldoen.  Op je werk, als mens in diverse relaties.  Maalgedachten over je kinderen. Het is een zinloze gedachtendraaimolen, want je weet het gewoon niet. Als mens kun je niet meer doen dan je best. En van wie moet je waaraan voldoen?  Wat tobben wij ons af, in dit ondermaanse?

Een pittige wind waait nutteloze gedachten uit je hoofd. Vooral in de herfst, en vooral in de regen.  Dan is wandelen overleven. Stoempen, tegen de  elementen in. De regen in je gezicht, takken zwiepen rakelings langs je heen.  En maar doorgaan.  Verlangend naar je warme huis.

Als ik oud en alleen ben, zal ik een hond kopen. Dan kan ik tegen hem praten en drie keer per dag, in weer en wind en zon en regen, met hem op pad gaan.  Zijn smerige geur die hij krijgt als hij ouder wordt, zal ik verdrijven door sigaren te roken.  Het moet een vuilnisbakje zijn, ik heb een hekel aan rashonden. En al helemaal aan teckels.  Teckels zijn trutten.  Met mijn hond zal ik langs het strand wandelen, of door het bos, of langs de singel in Utrecht. Dan boeit het niet meer of ik voldoe. Daarvoor is het te laat.

Nu loop ik over het strand, alleen, zonder hond.  Donkere wolken, de maan is weg. De hagel is inmiddels een slagregen geworden. Het gedonder van het onweer is boven het geraas van de golven te horen. Er is echt helemaal niemand op het zompige strand. Een meeuw vliegt krijsend over me heen. Ik moet hier weg, geloof ik. Maar ik kom weer terug.




There are no comments

Add yours