marieke uitsneden 11

jurk van halloween

Als voorslag op mijn oude dag, ga ik nog steeds iedere avond een eindje lopen. Deze avond mondt de wandeling uit in een halloween tocht van de ergste soort .

Het begint allemaal goed. De maan is doorgekomen, het is heerlijk weer. Oude beuken staan roerloos te ruisen aan de Catharijnesingel. Ze staan er al 160 jaar, die oude enten, en dat vind ik een geruststellend idee. Het leven is aan ze voorbij gegaan. Ik verbeeld me dat ze met elkaar praten, met een lage stem, zo laag dat wij ze niet kunnen horen. Ze zeggen ongeveer één woord per dag. In de singel vaart een verlaat bootje met wat studenten, er wandelt een hondenuitlater met een keffertje. Het is donker. Een eindje achter me loopt ook iemand, ik ben me ervan bewust maar schenk er geen aandacht aan.

Nu gaat mijn route afwijken. Ik ga door een klein steegje dat bijna niemand kent, de doorgang naar een andere wijk. Aan de ene kant een watertje, aan de andere kant een blinde muur. De persoon achter me moet ook die kant op. Dat is opvallend, dat doet niemand. En zeker niet lopend. Maar het kan, in theorie. Er passeren een paar mensen in de steeg, ik groet ze luid en duidelijk. Ongemerkt ga ik toch wat sneller lopen ,ik hoor dat de persoon achter me dichterbij komt. Aan het eind van de steeg om de hoek ligt de oude spoorbaan. Hier loopt niemand langs, behalve in de zomer, dan flaneren er wat stelletjes.

De oude geasfalteerde spoorbaan was vroeger het lijntje van de giftrein naar Duitsland . Dwars door Sterrenwijk in Utrecht. De trein hoorde je wekelijks ’s nachts fluiten, herinner ik me nog, daarna denderde hij richting Mofrica. Mocht er een ongeluk met deze trein gebeuren, dan was er in de wijde omgeving geen levende neus meer te vinden. Wat de trein destijds vervoerde weet ik niet. Antrax ofzo, chemicaliën. Inmiddels is die spoorbaan nu omgebouwd tot een soort pad, dat dijksgewijs door de wijk loopt. Het laatste stukje loopt langs het Pieter Baancentrum, waar je de gevangenen in hun cellen kunt zien staan. Het eerste stuk is donker. Dat stuk ga ik nu op. De man achter me is niet weg.

Hij loopt steeds dichter achter me aan. Het is een ‘hij’ dat heb ik al gezien. Hij achtervolgt me, het is geen toeval meer dat hij achter me aan loopt want deze route loopt niemand. Mijn hart klopt snel. Er poppen statistieken in mijn hoofd op, dat er weinig verkrachtingen zijn bij regen of kou, wel bij goed weer en altijd in het donker. Het is goed weer en het is donker. Ik nader het donkere stuk, rape area. Ik ben niet sterk. Een vriend van me, een Krav Magavechter, heeft me wel eens kernachtig uitgelegd dat ik met mijn duim in de oogkassen moet drukken. “Effe doordrukken en je vijand is dood. Moeilijk is het niet.” Maar ik zie mezelf niet doden. Ik vind het al zielig om een wesp dood te slaan.

Hij komt dichterbij. Ik kan harder gaan lopen, maar dan vlucht ik. Ik bedenk dat aanval de beste verdediging is. Mijn hart klopt nu bijna hoorbaar in mijn keel. Ik recht mijn rug en draai me om, armen over elkaar. Het is een wat kleinere man, met krullen en een niet bijzonder snuggere blik. Er ligt eerst een vreemd soort glans in die blik, veranderend in een  verwildering.  Ik blijf hem aan kijken. Hij loopt door. “Passeert u maar, ik vind het niet prettig als iemand steeds achter me loopt,” zeg ik, zo arrogant mogelijk. Hij mompelt iets en loopt voorbij. Ik keer me om en wacht tot hij een paar meter verder is. Nu zijn de rollen omgedraaid, ik achervolg hem. Maar lang duurt dat niet. Daar pakt hij de eerste de beste mogelijkheid om van het spoordijkje af te komen. Het gevaar is geweken.

Ik wil nu echt nog maar één ding, naar huis – koffie. Ik loop langs het Pieter Baan. De ramen van de gevangenen zijn verlicht. Het zijn geen brave burgerjongens die hier zitten, maar veelal zedendelinquenten die gediagnosticeerd moeten worden op hun mate van gekte. Achter één raam staat een man met ontbloot bovenlijf. De dijk is nu verlicht, een soort betonnen catwalk door de wijk. De ontblote gek krijgt mij in het vizier. Hij begint met zijn ogen te rollen en met zijn handen aan de ramen te klauwen. Een Silence of the Lambsachtig beeld. Unheimisch.

Wat is dit voor helletocht in onschuldig Utrecht? Wat staat me op de volgende hoek te wachten? Is Dick Maas hier bezig met opnames van een één of andere Nederlandse Horror B-film?

Maar ik heb het overleefd, dit stukje is daar het bewijs van.  De echte halloween moet nog komen…

info: jurk, Set, laarzen, Chie Mihara, fotografie, Michaël Molenschot.   

p.s.: like ons op facebook!




There are no comments

Add yours