20180115_110821

Het heerst

“Het heerst.” Ik heb het wel 100 keer gehoord deze week. Ik was zo ziek dat ik me op mijn werk af moest melden, en dat heb ik niet vaak. Nog nooit is er iemand ziek geweest terwijl het niet heerste. En dat is maar goed ook. Als het níet zou heersen, zou jij die loser zijn die in haar eentje ziek is omdat jouw weke lijf kennelijk niet bestand is tegen bacillen. De rest van de wereld wel, die is lekker aan het pierewaaien en het leven. Daarom is het is troostend bedoeld, het zinnetje ‘Het heerst.’  “Geeft niet, we hebben het allemaal gehad of we krijgen het nog. You are one of us.” En bezwerend: het gaat weer over, het heerst. Je zou het eigenlijk ook moeten zeggen tegen hartpatiënten. Hartkwalen heersen al zolang de mensheid bestaat.

Het (de bacil) heerste behoorlijk, de afgelopen week. “Ik hoop dat je net niet te ziek bent om te netflixen,” zei Sofie. Nou, dat was ik wel. Kabouters met hamers in mijn hoofd (beng, beng, beng, tegen weerszijden van de schedel), ik had het Zuidpoolkoud terwijl Dochter vroeg waarom het hier zo’n bejaardenhuistemperatuur in het huis was. Rochelen, je vast moeten grijpen aan de deurpost omdat je steeds bijna tegen de vlakte gaat. Wat een hel. En het ergste van ziekzijn is dat het relativeringsvermogen totaal is verdwenen. “Hoe moet dat nou als ik oud ben?” jammer ik in de keuken tegen Zoon, terwijl ik steun zoek bij de muur “Jullie kunnen toch niet voor mij zorgen? Als ik oud ben voel ik me vast net als nu!”  Ga anders maar gewoon naar bed, mama,” zegt Zoon sussend. Ik bedenk dat ik dat een goed idee vind. Maar dan realiseer  ik me hoe volwassen de reactie van Zoon is, en dat ik mijn zoon betrek in mijn angsten, maar dat ik moeder ben er juist voor zíjn angsten moet zijn. En dat ik dat eigenlijk altijd al fout doe. “Ik moet een moeder voor je zijn, ik moet jou raad geven in plaats van andersom. Ik ben geen goede moeder. Ik heb alles fout gedaan!” huil ik “Jawel,” zegt zoon, “je bent een prima moeder. Maar nu ben je ziek. Je moet naar bed. “  Wankelend loop ik naar mijn bed (wat is het infernowarm op mijn kamer!) en val huilend in de kussens, omdat ik alles verkeerd doe in het leven, omdat ik hoofdpijn heb, omdat ik nog zoveel moet en dat nu allemaal niet kan, omdat ik het niet overzie, en omdat mijn lijf pijn doet. Ziek zijn kan heersen, maar het is verschrikkelijk. Dit komt nooit meer  goed. Maar toch wel, er is uitkomst, ik tik nu paracetemolvrij dit stukje.

Nog even terug op dat gekke eenkernszinnetje ‘Het heerst.’ Wat is  ‘het’?  Je hoort nooit: ‘Ik heers’ (en jullie moeten je bek houden).  Of ‘Hij heerst’ (we zullen hem moeten vergiftigen).  Alleen maar ‘Het heerst’. ‘Het’ staat hier voor het legioen aan bacillen, bacteriën en virussen. Ook al zulk vaag volk. Vooral virussen. Je kunt ze niet bestrijden, het zijn geen diertjes zoals bacteriën maar ze springen wel over van de één naar de ander. Ze waren rond. En als ze op jou springen, ben je geestelijk en lichamelijk de lul. Virussen zijn Het Kwaad. IT. Het enige wat je kunt doen is met je hoofd onder een kussen liggen en hopen en bidden dat HET jou en je familie overslaat. Bloed op de deurpost helpt niet. HET HEERST.

 

 

p.s.: like je ons al? 




There are no comments

Add yours