C_0317

jas der alleenstaanden

Dat ik alleenstaand ben, heb ik te wijten aan mezelf. Ik gooi voortdurend mijn eigen glazen in. Deze keurige jas en rok dient om mijn verstrooidheid, een belangrijke oorzaak, te verhullen. Je moet ergens beginnen.

Een voorbeeldje. Een vriendin van me zegt dat ik eens naar schoenenzaak De Gelaarsde Kat moet gaan, omdat daar volgens haar een man werkt die ‘precies iets voor jou is.’ Gemopper op mijn goed bedoelende vriendin. “Zie ik eruit alsof ik omhoog zit ofzo?” Maar op een dag ga ik toch stiekem langs De Gelaarsde Kat. In de etalage staan schoenen waar ik meteen verliefd op wordt. Een A-punt, diaboloshak. Aaaaaah…Daar ga je al.

Achterin de winkel zit een man het boek ‘Liefdesbang’ te lezen. Grappig, in dat boek ben ik ook net bezig. “Goedemorgen,” zeg ik. Het deurbelletje klingelt. Ik ben de enige in de winkel. Ik vraag naar de schoenen uit de etalage, ze zijn prachtig. We hebben het over schoenen, schoonheid en jurken. En, te toevallig – vroega hebben we in dezelfde schoenenwinkel gewerkt! We hebben een gezamenlijke aha-erlebnis en dat raakt meteen een diepere snaar, alsof we met elkaar geknikkerd hebben. We halen herinneringen op. Roddels over onze toenmalige baas. Achterklap over je baas verbindt. Wat me inmiddels wel stoort aan mezelf, is dat ik teveel naar zijn mond kijk, die zinnelijke mond. Moet ik niet doen. Ook poppen er steeds beelden op in mijn hoofd, van hoe hij ’s avonds mijn schoenen langzaam uittrekt en daarna – kappen nu.

We praten over het boek Liefdesbang, en over verlatings- en bindingsangst, over leven in zijn algemeenheid en liefde in het bijzonder. Zitten we nu een diep gesprek te voeren, plotseling? Ik kan nog uren met deze man praten. Maar ik moet nog meer dingen doen. Dus ik rond af. Hij zegt: ik geef je mijn nummer. Het is zijn laatste werkdag, vertelt hij, hij gaat een andere kant op. Hij pakt een kaartje uit de winkel en schrijft er nog iets grappigs bij, en zijn mobiele nummer. Ik overweeg nog om mijn kaartje aan hem te geven, maar het lijkt me zo grappig om het zinnetje uit te spreken “I call yóu,” net als in films.

Ik bedank hem voor het kaartje en steek hem in mijn zak. “I call yóu,” zeg ik. Vriendelijk en warm nemen we afscheid. De volgende dag bedenk ik of en hoe ik zal bellen of appen. En vooral wat. Appen maar. Of gewoon bellen van ‘hoi?’ Nee, ik ga een fotootje sturen van een hele mooie schoen, en daaronder de tekst ‘Waar lopen jouw schoenen vanavond naar toe?’ Toch maar niet, veel te aanvallend. Zo zit ik nog wat verder te denken. Waar is dat kaartje eigenlijk?

Een schok. Die zit in de was! Ik heb mijn jurk in de was gegooid! Ik ren naar de wasmachine en ja hoor, niets meer van over, behalve een paar zompige snippers.

Wil je nog meer voorbeelden?

Info: jas, Vanilia, rok, Zilch, schoenen, Geox

 

 

p.s.: like ons




There are 4 comments

Add yours
  1. Dirk

    Ohhhh…. Dat meen je niet?… En toen?… Ben je niet meteen naar die winkel gerend om te vragen of ze daar mogelijk zijn nummer hebben om alsnog contact te leggen?
    Zo’n mooi verhaal en dan die hele opbouw daarin tot het moment dat hij zijn nummer aan je gaf en de connectie tussen jullie samen die duidelijk in het verhaal te voelen is.
    Ik beleefde a.h.w. het schokkend moment waarin je besefte dat je dat kaartje per ongeluk tezamen met jouw jurk in de was hebt gegooid.. pffffff
    Hoop voor je dat je hem nog hebt weten te vinden.


Post a new comment