waterfall-Jerzy Gorecki_720

Kairos en Chronos. Hoe je de tijd kunt vasthouden

Kairos en Chronos, lummelen, knallen, de ongrijpbaarheid van tijd  – kort essay

Dit weekend ben ik 48 geworden.  48 x 365 dagen =  17.520 dagen + 3 (ik was vrijdag jarig) =  17523 dagen. Wat heb ik al die dagen gedaan? En wat ga ik de komende 17423 dagen doen?

Het begint al met de begrenzing van tijd. Het getal hierboven, 17423 is de ultieme uiting van een grens. Een getal, een afbakenend woord voor begrensde periodes van 24 uur. Er waren 17423 zonsopgangen in mijn leven en vanavond evenveel ondergangen.  Sommige zonsopgangen heb je onthouden.  Toen je voor het eerst zonder ouders op vakantie was op je zestiende in Ameland,  en je na een nacht dansen ’s ochtends in je eentje lekker drama-melancholiek langs het strand slenterde, om de zon op te zien komen. Je vergat de wervelende nacht en stond alleen maar met open mond naar de zon te kijken, die majestueus en geheimzinnig uit de zee kwam gerezen. En wat kon het schelen, er was toch niemand, iedereen lag nog voor apegapen in de tent. Je trok je kleren uit en rende in je blootje de zee in. Of recentelijker in Zweden, als ik in alle vroegte ging zwemmen in het meer en daar de zon op zag komen.  Aan de zijlijn stond een eland en in de verte was de bever al in de weer. De stilte. De zon. Tijdloos mooi.

Tijd is een keiharde mal waar we allemaal in geperst worden. Op een bepaald moment wordt je geboren, op een bepaald moment moet je weer weg, en wat je in de tussentijd doet en waarom, mag je uitzoeken in de tijd dat je leeft. Veel religies proberen onder die onverbiddelijke mal uit te komen door uitzicht te geven op een eeuwig leven of terugkeer in een ander leven, als mens of olifant of luis. Maar we weten allemaal zeker dat dit leven hiér niet voor altijd zal zijn.

De tijd gaat steeds sneller, als een rivier op weg naar de waterval. Je begint vanaf de bron langzaam en liefelijk, maar het water stroomt en kolkt steeds meer, zodat je als een gek moet raften, totdat je oorverdovend naar beneden valt. Ik zit nu op mijn 48’ste volop in de raftfase. Misschien is het tussen je 35’ste en zestigste voor iedereen wel de tijd van hard raften. Mijn moeder (85) zegt: ‘Veertigers en vijftigers bepalen wat er gebeurt. In de politiek, in de wetenschap, in de kunst. Dit is de tijd dat je een stempel kunt zetten.’ Raften dus met die handel, alsof je leven ervan af hangt.

Door al dat levensgeraft, vergeet je bijna om simpelweg te zijn.  Om rond te hangen in het leven, zoals je als kind deed. Je las een boek, je ging belletjetrekken met een vaag buurjongetje, je kwam thuis en wist niet wat je moest doen en zei tegen je moeder: ‘mama, ik verveel me.’ Je hing doelloos op de bank en ging uit verveling op je kop tegen de muur staan, je broertje kwam erbij en probeerde het ook, je ging in dezelfde sferen door met zijn tweeën als kruiwagen en kruier door het huis te lopen, en dan ging je eten.  Daarna kon je nog tot acht uur spelen. Lange zomeravonden met stand-in-de-mand en verstoppertje herinner ik me, terwijl de Chronos, de werkelijke tijd, amper een uur was. Als kind is er geen tijd, je bent nog dicht bij je bron, het water is nog niet in de versnelling gekomen. De Kairos, de beleefde tijd, is eindeloos als je klein bent.

Het valt me op dat er in Amerikaanse films en series geen minuut onbenut blijft.  Elke minuut gebeurt er iets, een flits, een schot, bloed, ondertussen rent de dader op de achtergrond weg, terwijl er ook nog een tijdbom tikt en iemand de liefde verklaart. Amerikaanse films werken vaak met de versnellingspook van de Kairos. Ook toen ik bij de radio werkte, herinner ik me die versnelling. In vijftien seconden kun je een weekprogramma doornemen. Tien seconden kunnen iemands leven of iemands dood betekenen. Tegelijkertijd ben ik nu al vijf minuten aan het schrijven wat er in tien seconden kan gebeuren. ‘Tijd’ is ook maar een woord.

Het is nostalgie om terug te denken aan de kindertijd waarin tijd nog niet  echt een rol speelde.. Er worden mindfullnesscursussen opgetuigd, allemaal om te zijn in het moment, zoals je dat als kind was. Is het zo erg dat je in een periode zit dat je zo hard moet raften, dat je in plaats van je te vervelen, ‘niet alles af krijgt’?  Het wordt erg als je geen idee meer hebt waarom je het ook alweer doet. Dat je de verkeerde accenten legt in je tijdsinvulling. Tijd aan overwerken om carrière te maken die ten koste gaat aan de tijd die je bijvoorbeeld met je vrouw, man of kids kunt besteden. Je bent door het harde werken te uitgeblust voor liefde en verbinding. Soms moet je offers brengen om uiteindelijk meer tijd te hebben voor de liefde en verbinding. Overwerken is niet verkeerd, het creëert mogelijkheden  je doet het ergens voor. Als je dat doel maar niet vergeet. Zoals een rabbijn zei: Je werkt acht uur, je slaapt acht uur, wat doe je de andere acht uur?

Ik weet niet wat er gebeurt als mijn tijd voorbij is, als ik weg moet gaan uit dit leven.  Maar áls ik bij een hemelpoort dan verantwoordelijkheid af moet leggen voor mijn leven, zal de vraag vast niet gesteld worden: ‘heb je wel hard gewerkt,’ Eerder: ‘heb je genoeg lief gehad.’ En misschien ook ‘heb je wel genoeg genoten.’.  Dat begin ik me steeds meer te realiseren in deze raftfase van het leven. En terwijl ik dit stukje tik, realiseer ik me dat Zoon boven online college aan het volgen is, Reisgenoot straks thuis komt en we gaan lunchen en dan denk ik: ‘Leven, wat ben je mooi. Laat me je even vasthouden, al zou dat maar 48 jaar zijn, want elk moment is een eeuwigheid. ’




There are no comments

Add yours