Parijs_3791

Wat je kunt leren van de ‘Franse slag’

Franse slag .

In Parijs met studentes. Wandelen langs de Seine, schrijven in het park achter de Sacré Coeur, op steenworpsafstand. Gek genoeg zijn er alleen maar fransen in dit park, geen toerist te bekennen. We zitten onder de begroeide Pergola. Van tevoren hadden we al de film Amélie bekeken en geanalyseerd. We doorkruisten de wijk van Amélie Poulain, kochten een peer bij groentewinkel Collignon. We zijn goed voorbereid.

Fransen doen hun voorbereiding anders. Het begint al met onze Air B&B. De eigenaar is er niet. Sta je daar met je koffers na de lange reis in een onbekende wijk voor een nog onbekender huizenblok. Bellen, appen, naar binnen glippen, briefjes op deuren hangen, buren vragen. We zouden toch niet belazerd zijn? Tenslotte besluiten we eerst maar eens koffie te drinken, en dan kijken we zo wel weer verder. Appje van de eigenaar: “Sorry, mijn batterij was op, de sleutel ligt onder de deurmat. Dit is de code van de gemeenschappelijke deur.” Die code wisten we al, die had één van de studenten afgegluurd bij een binnentredende dame. Die snapt de journalistiek aanpak. Het blijkt een keurig appartement, met een keukentje en al, mooie eikenhouten vloeren, schoon. Ja, de WC – deur slaat naar de verkeerde kant open en klemt dusdanig dat hij niet dicht kan. Daarnaast gaat hij automatisch open, zodat iedereen naar binnen kan kijken als je op de pot zit. Je klemt angstvallig de deur dicht met één hand, wat lastig is als het onderdeel wc-papier komt. WC-acrobatiek. Mijn broers zouden de deur binnen een uur hebben hersteld – en goed. Hier niet. In plaats van de deur zelf aan te pakken, is er een klemmetje aan de buitenkant geplaatst, zodat hij, als hij niet gebruikt wordt, aan de buitenkant dicht kan. Een goed voorbeeld van ‘De Franse slag’. Het is allemaal voor elkaar, maar met een soort gemak van ‘het is nu laat, we drinken ons laatste wijntje en morgen maken we het wel af.’  Ze zijn netjes met een vleugje Zuid- Europa.

Ik zit nu alleen in mijn hotelletje in de Marais omdat de studenten eerder met de hellebus van Eurolines naar huis zijn gegaan. Ze hadden college. Eén van de studentes zei: ‘Toch grappig dat ik een crème van La Mer gebruik van ruim honderd euro maar wel een paar tientjes wil besparen op het OV.”  Ze appten net dat ze in het college zaten.  En ik werk hier, terwijl het eerste franse werkvolk door de steegjes loopt. Het is overigens een wonder dat ik hier zit. Gister leek dit hotel in de eerste instantie gesloten en onbereikbaar. De geschiedenis herhaalde zich. Geen reactie op telefoon, app, briefjes. Maar de aanpalende kroegeigenaar hielp. We mochten onze koffers achter de toog zetten, een laptop van de studenten mocht tussen de flessen rum. “Hier jatten ze hem niet.” Verzekerde de kroegbaas ons. Hij had zijn buurman, de hoteleigenaar, al gebeld en van Frans repliek gediend. “Doe normaal man, zo ga je toch niet met gasten om?” Ik neem na een paar uur toch nog maar eens een kijkje. Weer alles dicht. De andere Egyptische buurman lurkt aan een waterpijp, waar duidelijk meer in zit dan een beetje appeltabak. “Ben je Maria?” vraagt hij in mellow Frans. Hij knikt en glimlacht langzaam. Diept ergens achter de toog en tussen kleurige tabaksoorten een envelop op, met mijn naam en een sleutel. “Via de buurman,” zegt hij. Ik zeul mijn koffer naar boven. Ook dit is een ‘keurig’ hotel. Schoon. Alles werkt. Maar als ik de handdoek ophang, flikkert de hele handdoekstelling naar beneden.

Wat kun je leren van de Franse slag? Het is een vorm van ‘ondertussen’ leven. Je doet je dingen, niet perfect maar zo goed als het uitkomt, op dat moment. Dat heeft een franse charme die ik meeneem naar huis.

 

Jurk, Marimekko van H&M, tas, Bones Artisan Tilburg, fotografie, Mayke Westerink, quartier Latin Paris.  

 

p.s: like ons op facebook! 

Nog niet gezien? Bekijk hier de trailer van Amélie Poulain.




There are no comments

Add yours