DSC_063 (2)

over mensen en andere dieren

“We mogen niet met dieren omgaan alsof het dingen zijn die je kunt gebruiken,” zei de domina gister bij de Remonstranten in de Geertekerk. “Een mens heeft geen enkel recht om dieren leed te berokkenen.”  Ik denk aan onze kat Diva, die de kinderen ons huis in hebben gesleept.

Sinds er hier thuis een kat rondsluipt, merk je dat er een andere entiteit is. Het zijn twee werelden, die van de kat en van ons. We hebben wat raakvlakken, maar veel is het niet. Eigenlijk vooral dat we allebei leven en kunnen genieten van de zon. Toch?

Maar ze komt altijd naar me toe als ik verdrietig ben, terwijl we elkaar normaliter met rust laten. Hoe weet ze hoe ik me voel? Als ik haar roep, al is het zachtjes, komt ze bij me. Ze mauwt terug als ik tegen haar praat. Andersom ken ik haar wereld niet.  Ze kijkt gefascineerd naar iets wat ik niet zie, ze schrikt van onzichtbare zaken, ze rent naar de deur om daar te wachten als de kinderen een paar minuten later pas aan komen fietsen. Nee, niet omdat dit altijd hetzelfde tijdstip is. Ze hoort ze blijkbaar al van verre en ze herkent dus ook hun manier van fietsen. Ze vindt het leuk dat ze er zijn, haar staart gaat omhoog, ze mauwt en schurkt tegen het been van dochter of zoon.

Wij mensen hebben de katten (en honden) afhankelijk van ons gemaakt, alsof het kinderen zijn. Als we niet voor ze zorgen, gaan ze dood. Blijkbaar moeten mensen iets te zorgen hebben. Maar is het niet raar? Waarom maken mensen anderen van zich afhankelijk? We doen het evengoed onderling, hele bevolkingsgroepen houden andere bevolkingsgroepen onder de duim. In de dierenwereld is er bij groepen evengoed sprake van een hiërarchie, maar dat is om functionele redenen. Bij sommige dierengroepen zie je overeenkomsten met mensen. De mannetjeswolf hobbelt in zijn eentje met stoffer en blik achter de roedel aan om de boel nog wat recht te strijken, de brokken die zijn kids hebben gemaakt. “Net als bij ons thuis,” zei een vriend van me die net zijn dochter van het station had gehaald, omdat er geen treinen meer gingen.

Er zijn meer positieve overeenkomsten tussen mens- en diergedrag. Zoals kraaien. Het zijn straatschoffies en sjaggeraars die overal ter wereld opdoemen met hun grote bek. Zeeklimaat, woestijn, bergen, bijna overal fladdert wel een kraai. Net journalisten, die struinen ook overal rond of duiken op de gekste plekken op. Veel kraaien leven in koppels, ze blijven hun levenlang bij elkaar. Als je ergens een kraai ziet, zie je altijd in de buurt de partner rondscharrelen.  Gaat er één dood, dan is de andere kraai van slag, en keert  terug naar de plek waar zijn of haar partner dood ging. Kraaien zijn behoorlijk slim. Ze weten hoe ze anderen moeten misleiden om een sleutel te ritselen voor een kamertje waar eten ligt.

In die dierentuin in Duitsland moesten ze voortdurend het slot van de kooi veranderen, omdat de Oerang Oetangs de code wisten te kraken en dan ontsnapten. Ook verzamelden de Oerang Oetangs gereedschap om uit te breken.

De oma van vriendin Anna woonde in een dorp in de provincie en was altijd in de weer met dieren. Toen ze overleed, werd haar kist door het dorp gedragen, naar het kerkhofje aan de rand. Alle dieren liepen uit, kat en hond, geit en koe, paard en ezel, vriend en vijand. Ze gingen allemaal bij het hek staan toen haar kist langs gedragen werd. Hoezo weten dieren niets?

Mensen en dieren zijn levende wezens, die anders in de wereld staan. Inmiddels zijn de mensen verworden tot een plaag, die de hele wereld aan zich proberen te onderwerpen, dier en natuur. Ons verstand wordt onze ondergang.  Er zijn geen overeenkomsten in domheid en slechtheid tussen mens en dier. Dieren graven niet hun eigen graf. We zijn met teveel, we gaan tenonder aan ons eigen succes. Een van de bazen op onze apenrots, die oude aap uit Amerika, met die pruik, versnelt onze ondergang.

Maar we hebben verantwoordelijkheid, juist omdat we met zo veel zijn en ons in de bovenste regionen van de ecologie hebben weten te manoevreren. We moeten lief zijn voor de dieren, net als zij dat voor ons zijn. Mogen we ze dan niet eten? Jawel, want ook dat hoort bij de kringloop, en we zijn omnivoren. Maar niet elke dag, dat heeft ons lichaam niet nodig en is zelfs slecht voor onze gezondheid. En geen dieren die geleden hebben in te kleine hokken. Eet dan wat minder van die zoogdieren. Eet een dier dat een normaal leven geleid heeft, want daar heeft hij recht op. Dan maar wat meer voor het vlees betalen. En laten we leren van de dieren, in plaats van om ze te lachen. Ze doen het beter dan wij.

 

info: jurk, zelfgemaakt via internet, schoenen, Laura Vita, fotografie: Marloes. Zeven Steegjes Utrecht 

 

p.s.: Like ons op facebook! 




There are no comments

Add yours