P1050188 (1)

Naar het klooster om de liefde te doorvoelen

“Kom binnen, Maria,” zegt de vriendelijke stem van een non door de speaker.  Ik ga weer een tijdje het klooster in. Dat doe ik elk jaar. Op de achtergrond hoor ik het geruis van de zee.

Niet dat het druk is in dit gebied, waar ik met mijn onverwoestbare vouwfiets naartoe ben gefietst vanaf station Heilo, maar als ik de deur van het klooster binnenkom, begint de totale rustoase pas echt.  Er kwaken kikkers in de vijver. Verder stilte.

Mijn kamer is een eenvoudige kloostercel, licht, met uitzicht op de weilanden en de duinen.  Konijntjes springen voor het raam. Maar vooral: je hoort niets, behalve in de verte de zee.

Ik heb me voorgenomen om een filosofisch essay te schrijven, ik heb tenslotte net een jaar filosofie gestudeerd. Nadenken. Contemplatie.  Met doorwrochte ideeën terugkomen.  Een paar uur later luidt de klok voor de avondcompleten.

Ook de kapel is sober. Geen tierlantijnen. Een harp, die wordt bespeeld door één van de nonnen, een eenvoudig altaar. De kazuivels zijn eenvoudig maar heel mooi geborduurd, de nonnen maken ze zelf. Ze hebben een atelier, waar ze werken aan kunst. Als één van de nonnen wegloopt om de kelk te halen, hoor je het geruis van haar pij.  Het geruis van de pij gaat over in het geluid van de zomerbries die door de openstaande deuren waait.  Schoonheid.

Zo zijn er elke dag drie vieringen.  ’s Ochtends in de vroegte duik ik in de koele zee voor de dag begint. Het is sowieso een stil strand, daar je er alleen komt door drie kilometer door duingebied te wandelen, en daar zijn de meeste mensen te lui voor. Liever met je auto tot je voorwielen in de branding.

Alles in het klooster is aaneengeregen zachtheid en aandacht. Misschien is dat wel liefde. Niet alleen liefde voor elkaar, maar ook voor je omgeving, de natuur,  je bezigheden.

Het filosofisch epistel is niet af gekomen.  Wel vond ik echte rust. Ik daalde af in mijn ziel, vond mijn liefheid en vriendelijkheid weer terug.  Die heeft ieder mens in zich, liefde, maar door het harde, snelle leven,  kun je dat maar aan een paar mensen om je heen geven. Liefde moet je vast zien te houden. In de brede zin.

Na een dag of vier ga ik terug.  Omdat ik toch ook de kids mis, en de Reisgenoot, mijn jurken, de stad. Ik heb mijn telefoon thuis gelaten en check mijn gemiste apps.  En nu zit ik in mijn binnentuintje. Ik hoor geen zee maar stadgeluiden. Van binnen voel ik me nog steeds een beetje verstild.




There are no comments

Add yours