20160116_JvM_013

onweerstaanbare man

Dat je er ouder op bent geworden, weet je. Maar het wordt confronterend als je studiegenoten van vroeger tegenkomt. Gister botste ik tegen Gleece op. Ik heb mijn zwarte cape aan en een pied-de-poulejurkje van heel vroeger.

Ik moet goed kijken. Deze man met kort haar, wat kalend, licht veertigersbuikje…. “Gleece?” “Maria?”

24 jaar geleden. Gleece is de huisgenoot van een vriendin, die met vijftien studenten in een pand in de binnenstad woont. Ik zit er vaak. Zij ook bij mij, ik woon om de hoek. Mijn huis is een meidenhuis, mannelijke studenten noemen ons huis ‘De Hunkerbunker’. Gleece heeft lang donker haar, tot over zijn schouders. Hij draagt standaard een overhemd waarvan hij de eerste zes knoopjes open laat. Daaruit piept zijn weelderige borsthaar. Hij heeft een ferme zilveren ketting om met een kruis, dat daar ergens tussen dat borsthaar hangt. Hij oogt als een wildeman, maar toch is hij verzorgd. Voor Gleece is geen vrouw veilig. Als hij wat vraagt, klinkt het altijd als een oneerbaar voorstel. Hij heeft die hese stem, of het is de intonatie waarmee hij aandachtig en gericht spreekt, gepaard gaande met een blik waarmee hij je te lang en te diep in de ogen kijkt.“Maria, heb je een suikerklontje voor me?” (“Maria, ik wil met je naar bed, nu.”) . Ik, in de war door die verschrikkelijke sexy blik en stem “Eh, ja! Alsjeblieft!” en ik geef hem het pak kristalsuiker dat op het sinaasappelkistje staat.

Gleece komt nooit door de deur, meestal door het raam, via de brandtrap. Zijn kamer is boven die van mijn vriendin. Op de muur van zijn kamer heeft hij een schildering gemaakt. Het is een prachtig schilderij, herinner ik me, muurvullend. Allerlei kleuren, lijnen, met in het midden een leemte die alles naar zich toe zuigt. Zoiets als ‘De Schreeuw‘ van Munch, maar dan moderner en niet figuratief. Ik sta er naar te kijken. Gleece staat naast me, net iets te dichtbij. Gleece staat altijd iets te dicht bij vrouwen. Hij kijkt met me mee. “Wat mooi,” zeg ik uiteindelijk. “Wat is het eigenlijk?” Hij lacht kort zijn donkere, mannelijke lach. “Wat een fucking burgermansvraag. Zie het als een vagina.” Hij raakt even mijn schouder aan en hij glimlacht daarbij. Alles in me staat onder stroom, tenslotte ben ik toch nog een vers uit het gereformeerde nest getrokken beginnend studentje. Die kleuren, die zuigende leemte, een vagina! “Ik ga maar weer eens,” zeg ik haastig, omdat ik bang ben dat ik anders geheel vrijwillig op dat bed onder die vagina beland. En ik gris nog gauw de fles wijn mee, want die kwam ik eigenlijk bij hem halen. “Toffe jurk, heb je aan!” roept Gleece me na terwijl ik zijn kamer uitvlucht. Het is dezelfde jurk als hier op het plaatje, pied de poule, ik heb die jurk dus al bijna 25 jaar.

Gleece was gewoon onweerstaanbaar. Voor alle vrouwen. Hij sleepte regelmatig vrouwen zijn rovershol in, die je ’s ochtends dan in de keuken trof, terwijl Gleece koffie voor ze maakte en een ei bakte, want aardig en respectvol was hij ook. Ze kwamen zelden terug, die vrouwen. We begrepen  wel waarom. Gleece trok vrouwen aan als een magneet, maar hij kon ze niet vasthouden.

De kalende man met het buikje is dus Gleece. De blik is gebleven. Gleece studeerde Keltische Talen, herinner ik me. Ik vraag hem wat hij nu doet. Hij werkt in de ICT. Hij heeft kinderen, van diverse vrouwen. Hij ziet zijn kids maandelijks, dan komen ze allemaal bij elkaar. Hij wil ze toch alle vijf samen een gezinssfeer geven, zegt hij. “Lekker bourgeois, ik weet het, maar een familie is gaaf, man.” Ha, nu hoor ik weer wat sporen van vroeger. ‘Bourgeois’, dat zei hij vroeger ook wel eens. Ik kijk naar de veertiger in pak, de vader van vijf kinderen, zonder vrouw. Bruine ogen. Levenslustig, maar ik zie ook een intens verdrietige eenzaamheid. Wat is eigenlijk zijn achtergrond? We hebben nooit ouders of familie van hem gezien, destijds. Hij was een solist. Gleece en ik kijken naar elkaar en lachen een beetje onbestemd, daar midden op de brug terwijl het verkeer om ons heen raast.

“Vind je het leuk om een keer wat te drinken?” vraagt hij. De hese bariton is niet veranderd. Zou hij dan ook weer om suiker in zijn koffie vragen? “Goed idee, maar ik moet nu de trein halen,” zeg ik haastig. En opnieuw maak ik me in mijn jurk uit de voeten.

  • Info: Jurk, pied de poule, merk niet meer leesbaar, cape, Save the Queen, schoenen, Clarks, hoed, Panizza, tas, Poon.

p.s.: like ons op facebook!

20160116_JvM_015

fotografie: Erik Meijers

 

 

‘Gleece’ heet in werkelijkheid anders.




There are no comments

Add yours