Paula.springweg

passanten in Utrecht

“Hoi Maria!” Daar is Liza weer. Ze is de vriendin van de vriend van de huisgenoot van vroeger van het zusje van, en daar weer de ex van, zoiets. Liza en ik kennen elkaar nauwelijks, maar we komen elkaar altijd en immer tegen in Utrecht.

Ze draagt een witte jurk. Ik draag een jurk die mijn moeder voor me maakte. “Goeie jurk,” zegt ze. We zijn het erover eens dat de generatie voor ons zelf mooie kleren kon naaien (mijn moeder is over de tachtig) maar dat die vaardigheid met onze generatie uitgestorven is.

We zijn bij de Perzische groenteman in de Twijnstraat. Ik reken mijn paddestoelen en verse munt af. We bespreken de naderende vakantie. Ze heeft het druk, zegt ze, onderwijs. Ik weet dat ze leraar geschiedenis is, omdat ik haar dus overal  tegen kom. Rond juni is het onderwijs “een compleet gekkenhuis. ” Achterstallige toets- en lesinhoudrestjes moeten worden opgeruimd, examens, herkansingen, er vallen lijken uit de kast, er is paniek in de tent, er wordt met deuren geslagen.

Lisa is aan de beurt om af te rekenen.  Ze zegt: “Ik kom nooit iemand tegen in de stad, behalve jou.” Het is inderdaad absurd. We zagen elkaar de afgelopen maand bij de bibliotheek, in Springhaver, onder de Dom, in De Rat, bij Leen, en dan ben ik nog een aantal plekken vergeten. “Misschien zit er een bedoeling achter, al  zou ik niet weten welke,” probeer ik mystiek. Liza lacht.

Ze zwaait en stapt zwierig op haar fiets. Neuriënd zet ze een wijsje in. Ik zwaai terug in de wetenschap dat ze binnenkort weer ergens onverwacht op zal duiken. Wij zijn elkaars passanten in het leven. Ineens weet ik waarom: ze is een vrolijke noot in de ruwe werkelijkheid. Haar witte jurk fladdert in de wind, als ze om de hoek verdwijnt.

info: Jurk, gemaakt door mama, sandalen, Sam Edelman, foto door Paula Gois Barao

p.s.: like je ons al op feestboek? 




There are no comments

Add yours