C_0592

robe manteau van een levenslange vriendschap

Marianne is ooit vertrokken naar Kaap de Goede Hoop, beter bekend als Kaapstad. Ik ken haar sinds ik drie maanden oud was,  toen werd ze geboren. We hebben dezelfde doopnamen. Zij: Marianne Elisabeth, ik: Anna Maria Elisabeth. Ze woonde naast me, we waren buurmeisjes. Dat zijn we nu niet meer, met een afstand van zo’n 10 000 kilometer. Toch hebben we nog vrijwel elke dag contact, net als vroeger.

Die tijd van samen een kladblok opeten. Ik heb een rood jurkje aan, als we de eerste blaadjes afscheuren en in een prop in onze mond stoppen. Bij de laatste tien blaadjes zeggen we: “laten we nu maar het hele kladblok op eten, al hebben we behoorlijk buikpijn. ’s Ochtends in alle vroegte (een uur of zes) moeten we naar zwemles en krijgen daarna een Sanovite. We zijn dan net vier, of nog niet eens. “Omdat jullie nogal ondernemend waren, dachten we dat het maar beter was dat jullie konden zwemmen,” verklaart mijn moeder later. We struinen wat af, langs het spoor en door bosjes, op zoek naar kruisbessen om jam van te maken of om in bomen te klimmen. We leggen dubbeltjes op de rails. Als de trein erover is geweest, is het dubbeltje in de rails geklonken. Steeds grotere dingen leggen we op het spoor, uit nieuwsgierigheid. We bedenken dat we er een baksteen op moeten leggen, om te kijken of hij door de helft gaat als de trein eroverheen rijdt. “Als jullie dat maar uit je hoofd laten, “ zeggen onze moeders als ze ons plan opvangen. “Jullie mogen niet meer bij het spoor. Het is levensgevaarlijk wat jullie doen.”

Marianne verhuist met haar ouders naar Bloemendaal, maar we houden contact. Mijn moeder zet me op de trein naar Amsterdam vanaf Groningen, ik ben negen. Ik mag een blikje snoepjes mee voor in de trein. In Amsterdam komt Marianne er al aangerend. “Hehe, daar ben je eindelijk,” zegt ze.

“Moet die tovenaarsmantel niet op de foto voor je blog?” vraagt Marianne terwijl we op een klif staan om walvissen te spotten. Ze doelt op de robe manteau van ontwerpster Elle Marie. “Ik wil ook zo’n jas,” gaat ze door, ”Hij is te gek.” Dan zeggen we even niets. We speuren de horizon af naar een potvis. “Misschien daar…” wijst ze weifelend. Maar er is geen potvis. De wind waait, het is koud in Kaapstad. De zee ligt er kolkend en donker bij. “Als we nu ruzie krijgen, dan doen we gewoon even zo.” Zegt Marianne terwijl ze een subtiel duwbeweginkje maakt. We lachen. Ik kijk naar beneden, naar de peilloze diepte onder ons. Alleen wij staan hier, op de klif. We zoeken samen naar potvissen, die zich niet laten zien, zoals we vroeger op onze buik in de bosjes lagen om te kijken of we een vos zouden zien. Er kwam geen vos. Sommige dingen veranderen niet.

info: robe manteau, Elle Marie, te koop bij Livstores , laarzen, Fred de la Bretoniere.  broek Marianne, 7forallmankind, trui, Billabong.

ps: like ons op facebook! 




There are no comments

Add yours