DC_0357 (2)

van de meeuw, de bever en blokkeerbejaarden

Ik was zojuist aan het filezwemmen in het zwembad in Utrecht.  Het contrast met een paar weken geleden in Zweden is groot.

Zweden.  Ik zwem ’s ochtends vroeg in het immens grote meer. De meeuw laat me begaan, al staat hij wel aan de rand van het eiland te schreeuwen dat ik het niet moet wagen dichterbij te komen. Hij bewaakt het nest en zijn familie, op het eilandje waar ik voorbij zwem. Eerst vloog hij me aan. Ik wist niet dat vogels zo fanatiek konden zijn. Als een gerichte scudraket dook hij recht op me af, vanuit de hoogte, luid krijsend. Ik zwom gestaag door en vroeg me onderwijl af of hij wellicht in mijn hoofd of ogen ging pikken. Vlak voor mijn hoofd keerde hij weer om, en bleef dicht in de buurt dreigend om me heen cirkelen. De dag daarna had hij zijn scudraketactie gestaakt. Wel bleef het bij dreigen en schreeuwen. “Rot óóóp! Rot óóóóp!”  Elke dag minderde hij de verdedigingslinie. En uiteindelijk dacht hij waarschijnlijk “ Laat maar gaan, ze doet toch niks.” En hij bleef op de rand van zijn eiland, zijn familie toeschreeuwend als ik passeerde: ”Daar gaat dat rare mensenwijf weer, haha, en maar zwemmen! Rot óóóp!”

Het meer was doodstil, waar ik een paar weken geleden zwom. Heel anders dan het zwembad, dat zo vol is dat ik niet eens mijn armen uit kan slaan.  Ik stoor me aan de bejaarden, die de gewoonte hebben om met zijn drieën ver uitelkaar heel langzaam, rechtop zwemmend en uitgebreid roddelend de zwembaan te blokkeren. Eigenlijk zou ik ook zo moeten schreeuwen als de meeuw.  “Zwem normaal, je kunt niet alles maken als je de tachtig bent gepasseerd! Asobejaarden! Rot óóóp!” en dat op meeuwentoon. Meeuwen zijn eigenlijk net Amsterdammers. Of journalisten. Of voetbalhooligans.

Terug in het meer in Zweden, van camping Oase. De andere dieren beginnen aan me te wennen, mogelijk omdat ik altijd rond hetzelfde tijdstip het meer inga. Zelfs de bever steekt een keer zijn kop boven het water. Ik zie een eland aan de rand van het meer, tussen de bomen. Je maakt als mens kennis met de andere wereld, die ook gewoon doorgaat, van dieren die hun ding doen. In stilte, we hebben het niet eens door als mens, omdat we harder schreeuwen dan de meeuwen.

Het zachte geklots van je eigen zwemslag, de meeuw die in de verte nog staat de schreeuwen aan de rand van zijn familie-eiland, in de verte de visarend die een vis vangt. Boven je het uitspansel en God, om je heen het water en de dieren, en jij ergens in dat geheel van het meer, het bos, het leven.  Vroeger stuurde je brieven met op de adressering:  Utrecht, Nederland, Europa, Aarde, Melkwegstelsel, Heelal. Dat gevoel, maar dan andersom. Een meter of tien voor me strijkt een vogel neer in het water. Ik zwem door, hij zwemt niet weg. “Hallo vogel,” zeg ik ,als ik hem passeer. Dat had ik niet moeten doen, hij pakt meteen de vleugels. “Het zwemschepsel praat,” moet hij gedacht hebben. Ik  zwem door, het water is overal om me heen. Toen wij er allemaal nog niet waren, mens, plant, dier, seizoen en leven, was er volgens het scheppingsverhaal wel water. “De aarde nu was woest en ledig, en de Geest Gods zweefde over de wateren,” meldt Genesis. In Zweden snap ik Franciscus van Assisi een beetje.

lees ook Zweden en alcohol –  klikkerdeklik 

Info: Jurk, Zilch, foto, nicht Esther van Willigen (vormgever, illustrator, fotograaf www.manifester.nl) . Camping Oase is opgezet door mijn broer Vincent en schoonzus Elma. 

p.s.: likend duimpje op facebook, vinden wij fijn! (pagina delen mag ook!)




There are no comments

Add yours