demenager-vert-ca-cartonne

verhuizen en opbouwen

Ik fiets naar mijn werk, in mijn gekleurde jurkje. Het is een beetje fris, er komt damp van het stadsriviertje waar ik langsfiets. De eerste geluiden van de stad klinken. Borden worden rammelend buiten gezet. Het is in ieder geval niet meer donker ’s ochtends. In de somberte naar je werk gaan en in de duisternis weer terugkomen, vind ik niet zo leuk.

Er staat een raam open van een benedenverdieping van één van de oude patriciërshuizen aan de singel. Een meisje en een jongen van begin twintig hebben verfkleding aan. In het midden van de kamer is een lege boekenkast, op de kale betonnen vloer staan verfpotten. Dozen in een hoek. De jongen zit gehurkt met een gereedschap in zijn hand, het meisje staat erbij te kijken. Ze legt haar hand even op zijn schouder.

Flash-back. In de trein neem je een stapeltje boeken mee, en een zak met kleren. Met een vriendin trein je nog een keer heen en weer voor de matras en een stoel. Bij de bus wil je naar binnen met je matras. De buschauffeur weigert. Je wacht op de volgende bus en die buschauffeur vindt het best. Je koopt goedkope mengverf bij de Hema. Het pakt wat anders uit. De muur van je lekkende studentenkamer is wat minder blauw dan je dacht. maar ach, zo is hij ook mooi. Je vader brengt in zijn Opel nog een keer wat boeken na. Dat was de eerste van zo’n elf verhuizingen.

Tweede Flash-back. Conny staat de muur te schilderen. De muur wordt nog mooier dan we dachten, koningsblauw. We hebben de verf zorgvuldig uitgezocht. “Wat vind ik verfen eigenlijk leuk,” zegt Conny, “het werkt bijna therapeutisch.” Dat laatste bedoelt hij ironisch. We lachen. Hij geeft me een zoen. Ik voel zijn warme, bezwete verflijf.

Het stoplicht springt op groen. Nog één keer kijk ik om. De jongen hangt nu uit het raam met een sigaret. Het meisje komt naast hem staan. Ik hoop dat hun leven zo eenvoudig en gelukkig zal blijven, wat er ook gebeurt.




There are no comments

Add yours