hades_and_persephone_2_by_sandara-d3hkrew

Waarom het leven (on) zinnig is.

Niet te verzoenen is het leven

Ten einde is dit wellicht nog ‘t meest

Te kunnen zeggen het is even

Tussen twee stilten luid geweest  (J.C. Bloem)

Deze strofe tik ik op de automatische piloot. Tijdens mijn studie Nederlands, een jaar of 25 geleden, was het één van de favoriete gedichten. We doorleefden het gedicht met ons literatuurgenootschap Deps.  Declamerend met een kaarsenkandelaar in de hand, stonden we ’s nachts  op de eerste opgang van de Domtoren. Sommigen moesten huilen, zo raakte het ons. We leden aan een soort Kierkegaardsyndroom,  één van onze leermeesters. Kierkegaards boek “Het begrip Angst” was favoriet.  Hoe zinloos was het leven! Saamhorig hielden we elkaar vast. De voordrager eindigde traditioneel haar voordracht met een zin uit het boek Houtekiet, van Walschap:

“Petrus is boven.”

In koor: “Maar wij leven nog!”

En dan proostten we. Het was  glamourexistentialisme. Als een kind dat speelt, om te oefenen voor later.  Nu is het later.

Ik loop samen met een groep nabestaanden die ik nauwelijks ken, door Rotterdam in een mij vreemd gezelschap. In ons midden een doodskist. In die kist ligt, heel stil, mijn geliefde. De hele zaal zit vol geliefden, want waarom neem je anders de moeite om te komen voor iemand die niet meer bestaat? Dat moet liefde zijn, en weemoed. Er worden speeches gehouden, die gaan over hoe luid hij was, tussen zijn stiltes, En tenslotte speelt Nicolas van Poucke (ik noem zijn naam hier even, hij speelt geweldig)  de Afscheidswals van Chopin. Zo mooi, dat iedereen zijn adem inhoudt. Daarna is het stil. Heel stil.

We weten niet waaróm we zijn, maar wel dát we zijn. We weten dat we leven, en dat we ook een keer zullen sterven. We worden in een groepje geboren en als onze tijd gekomen is, vertrekken we uit ons reisgezelschap. Dan is er een gat geslagen in onze karavaan, men is van slag. Maar het groepje zal haar draai weer vinden, ook zonder ons. En verder trekken.  Nee, we weten niet waartoe we hier zijn op aard. We kunnen hooguit speculeren. “Alles is ijdelheid en najagend des winds,” constateert de Prediker (bijbel) al somber, en dat is millennia geleden.

Waarom somberen omdat je niet weet waarom je leeft? We doen wel meer dingen zonder te weten waarom. We geven cadeautjes, we dragen hakken, we hebben lief, we beminnen. Het ‘waartoe’ en ‘waarom’  is onduidelijk. Maar de levensvonk dooft nooit. Dus waarom zouden we onze ziel pijnigen met zoeken naar onze levensreden? Het leven is een gift, een onbegrijpelijk wonder. Voordat wij er waren was het stil, en na ons zal het weer stil zijn. Maar laten we in de tussentijd in ieder geval muziek maken.

info: afbeelding,  uit de Griekse Mythologie:  Hades, god van de onderwereld, vindt Persephoné en wordt verliefd.

like ons op facebook! 




There are no comments

Add yours