DSC_0765 (2)

Waarom je kleding beter in Nederland kunt laten produceren

Waarom je kleding prima in Nederland kunt laten produceren.

 

Tekst: Marieke van Willigen

Made in China? Dan toch liever “geproduceerd in Holland.” Kledingproductie op eigen bodem is duurzaam en lucratief. Dus: why not? 

Ratelende naaimachines, het ritmische geknip van een schaar. Kleurige stoffen en patronen die op enorme tafels liggen. In Tilburg is één van de weinige naaiateliers die Nederland nog rijk is. Veel ateliers zijn er niet meer in Nederland want het merendeel van de kleding wordt over de grens  gemaakt. Goedkoper. Is het oude ambacht van kleren- en schoenen maken met de komst van massaconfectie verdwenen uit Nederland?

Niet als het aan Irma Borgsteede ligt. Borgsteede is initiator van het waardelabel Fashion Made in Holland (FMH), een bescheiden labeltje dat is ingenaaid bij de wasvoorschriften. Ze heeft een kledinglijn, die ze in kleine oplages voor haar eigen atelier maakt, de winkel LIVStores in Utrecht verkoopt ze. Kleding maken is een vak, weet Borgsteede uit ervaring. Ze verbaast zich over de onwetendheid van de consument. “Soms zie je in een label staan: ‘handmade’.  Dan denk ik: ‘Hoezo ‘handmade’?’ Alle kleding is met de hand gemaakt. Daarom is het uitbesteed aan lagelonenlanden, er zit veel werk in ieder kledingstuk dat in de winkel hangt. En arbeid is goedkoop in die verre landen.”

Justitiële tanden

Dat is niet altijd zo geweest. In de jaren tachtig en negentig, tijdens de vorige economische crisis, schoten in Nederland naaiateliers als paddenstoelen uit de grond. Er werkten 20 000 mensen in ateliers, vooral Turkse illegalen die hier onder dubieuze voorwendselen naar toe waren gelokt. De arbeidsomstandigheden waren niet veel beter dan de misstanden die we kennen uit Bangladesh en India. Dagen van veertien tot zestien uur en dat zeven dagen per week waren normaal. Uurloon: vijf gulden. Ruud Lubbers maakte in 1993 korte metten met deze wantoestanden. “[We gaan]  de machines confisqueren (…) Dit is de methode waarop justitie zijn tanden laat zien.” zei hij in de Kamer. En hij voegde de daad bij het woord. De “justitiële tanden” hadden als gevolg dat de illegale ateliers bijna allemaal gesloten zijn. Nu is er nog een klein aantal ateliers, waar de naaisters (m/v) volgens de cao keurige werkweken maken van maximaal 38 uur tegen een normaal loon.

Transparante productielijn

Het past in de tendens van duurzaamheid om kleding in eigen land te laten maken. Steeds meer mensen zijn er van doordrongen dat de kledingindustrie een zwarte rand heeft, dat die jurk of broek vaak door hele kleine handjes is gemaakt. We willen eerlijke kleding. Kleding die gemaakt en het liefst ook ontworpen is in eigen land, sluit bij die duurzaamheidsgedachte aan. FMH voorvrouw Irma Borgsteede doet er nog een schepje bovenop: “Made in Hollandmode creëert werk voor al die MBO’ers die opgeleid zijn tot naaister, en dat zijn er veel. Je bespaart de vervoerskosten, want je wilt niet weten hoe vaak kleding over de wereld wordt rondgepompt voor het in de winkel ligt. De hele productielijn is transparant.”

Snelheid en ambacht

Lily de Krom, directeur van atelier DVS-confectie in Tilburg, is één van de laatste der Mohikanen. Ze is één van de zeer weinigen die over is gebleven van de mode-industrie die er in Nederland was. “Ik ben geboren tussen de naaimachines. Mijn familie zat ook in de kledingindustrie.“ In haar ruime atelier klinkt het geratel van machines. Een dame staat over een tafel gebogen patronen te tekenen, later worden die weer gedigitaliseerd. De Krom weet uit ervaring dat het goed mogelijk is om in Nederland te produceren: “Een niet al te ingewikkelde jurk kost zo’n vijftien euro aan productie- en materiaalkosten. Daar moet je toch voldoende winst op kunnen maken.” DVS-confectie doet goede zaken, steeds meer merken laten er hun kleding er maken, of onderdelen van de kledingstukken. Naast kleding maakt DVS ook toga’s. De Krom kent het klappen van de zweep: “Snelheid in dit vak is belangrjik, maar uiteindelijk gaat het om vakmanschap. “

Aan de juiste knopjes draaien

Ton Wilthagen is hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. Hij is medeontwikkelaar van de Reshoring Tool, waarmee een onderneming kan kijken of het gunstig is de productie naar Nederland te halen. Wat Wilthagen betreft rollen we de naaimachines weer terug het land in. Hij is optimistisch over kledingproductie in Nederland, zelfs op grote schaal. “Het is een omslag in perceptie,” zegt hij, “omdat de textielindustrie op dramatische wijze uit Nederland verdwenen is. ‘Kleding maken, dat gebeurt hier niet meer,’ is nu het idee.” Maar er ligt volgens hem genoeg potentieel. “Alle DNA om hier weer te produceren is er. We hebben ontwerpers en kennis. Daarnaast zijn wij goed in het organiseren van arbeid, we kunnen efficiënt werken. We hebben moderne technologie. Het scheelt transportkosten en andere kosten die we nu maken.” De lonen in China gaan ondertussen omhoog, arbeiders blijven daar niet tegen een veel te laag uurloon kleding maken. De prijs van in Nederland geproduceerde kleding hoeft volgens Wilthagen dan ook niet alleen voor de happy few te zijn, al zullen het geen Primarkprijzen worden. “Alle mogelijkheden zijn er, het is alleen een kwestie van aan de juiste knopjes draaien.” Ook Irma Borgsteede ziet een toekomst voor de Nederlandse kledingindustrie. “We onderschatten het ambacht van het naaien,”  zegt ze,  “Over een tijdje is het normaal dat kleding in de regio gemaakt wordt.”

 

 

Foto: rok van Irma Borgsteede, gemaakt van reststoffen. Gekocht bij LIVStores, Twijnstraat 41 Utrecht




There are no comments

Add yours