ugur-arpaci-U18V0ToioFU-unsplash

Carnaval tot in het torentje

Op het station bots ik tegen een komkommer op. Een eind verderop loopt Woody de Woodpacker in hoogsteigen persoon en zelfs Sinterklaas is voor de gelegenheid terug in het land. Te voet, zonder schimmel, wel met staf. Het was carnaval afgelopen weekend.

Als Noordeling ken ik het niet. Bij ons had je geen carnaval, het bestond gewoon niet, dat was iets voor onder de rivieren. Tot ik in Tilburg ging werken. Carnaval bleek een wezenlijk onderdeel van de cultuur. Men rekent in  “twee weken voor carnaval” of “een maand na carnaval.” Rond carnaval ligt het Zuiden een volle week plat. Alles is dicht, geen mens op straat. Een soort vrijwillige lockdown, maar dan omdat iedereen voor apegapen op zijn bed ligt, met de tong uit de mond. De échten zijn lid van een carnavalsvereniging, zoals “De Struikenduikers” of “De Apenkoppen”. De Carnavalsvereniging is het hele jaar actief. ’s Hertogenbosch heet met carnaval ineens Oeteldonk. Alles is anders.

Terwijl er een zwarte heks op een bezemsteel giechelend voorbij scheert, informeer ik bij een verklede boktor waarom je carnaval viert. Het is een snelonderzoekje op eigen initiatief, omdat ik nieuwsgierig ben of deze carnavalstijgers weten waarom ze zich eens per jaar, in vreemd tenue,  gaten in de lever zuipen. Ze geven het verkeerde antwoord, dat je veel moet drinken en domme liedjes zingen, ‘gewoon keigezellig’, vertelt de boktor. Spiderman, die met een grijns op het gezicht en onvaste tred komt aangeslenterd,  vult aan: “En alleen bier hè, geen wijn.” Hij neemt een teug uit zijn bierblik. Waaróm ze het vieren, weten ze niet, en dat boeit ook niet. Al die moeilijke vragen, alaaf!   Spiderman en de boktor lopen luidzingend en gearmd weg.

Het idee dat je één dag in het jaar alles mag omkeren, de burgers zijn de baas, prins carnaval krijgt de sleutel van de stad, is leuk. Het gaat vooraf aan de Christelijke vastentijd, de tijd van soberheid en inkeer. Maar carnaval is vooral het feest van de spot en uitbundigheid. Keurige collega’s tonen een foto waarop ze bekkend met een vrouw (niet hun vrouw) staan, op mijn werk zijn er altijd een paar mensen kreupel, gevallen tijdens carnaval. Als Noordeling kijk ik elk jaar weer met stijgende verbazing naar het verschijnsel carnaval. Hoe vaak zie je zulke grote groepen massaal beschonken zijn?  De hoeveelheid ongelukken valt me eigenlijk nog mee. Ik vermoed dat het er meer zijn dan van vuurwerk.

Het is een spannend idee om een paar dagen per jaar alles om te draaien. De CEO van de NS als conducteur, een conducteur als CEO,  Rutte achter de vuilniswagen, een vuilnisman in het torentje, de studenten geven les, de docenten in de banken. Vooral dat laatste is een interessant experiment. Als je één dag vrij bent en alle rollen opheft, welke rollen blijven dan hetzelfde?  Dat zou je een paar dagen per jaar moeten doen, maar dan zonder alcohol.

De trein naar Oeteldonk en Maastricht rijdt binnen. De drommen sprookjesfiguren beginnen luidt te juichen en te zwaaien. Dat lijkt me een goeie om landelijk over te nemen van Carnaval. Als de trein binnenkomt, moet iedereen op het perron zwaaien en juichen. Want saamhorig is het wel.




There are no comments

Add yours