“Hoe weet je wat ware liefde is? ” vraagt Serena (22) zich af. Twintigers zitten in een roerige fase vol zware vragen “waar je niet mee naar een psycholoog gaat.” Maar daar is een oplossing voor. We hebben een groeiend leger met hulpverleners: de levenservaren 70+ ‘ers. Is de tijd rijp voor een levenservaringsloket? Anna Maria van Willigen wil dat onderzoeken voor ze er één op gaat zetten.
Flashback naar ruim 25 jaar geleden. Ik ben een eindje in de twintig en heb in de vaart der volkeren min of meer per ongeluk een tweeling gekregen. Die dien ik vanaf nu de basiswaarden van het leven bij te spijkeren, geen idee hoe dat moet, ik ben er nog niet eens uit wat die basiswaarden zijn. Er moet trouwens dringend verandering komen in de woonsituatie. Ons flatje is te klein, met die tweeling. Hoe werkt dat, een huis kopen? Ik sta op het punt om allerlei belangrijke beslissingen te nemen, maar ik heb geen idee hoe het moet. Met wie kan ik het erover hebben? Ik vind een uitlaatklep: zondag in de kerk praat ik er bij de koffie over met ouderen. Ze hebben soms goede adviezen, soms ook niet, maar ze relativeren mijn stress. De gesprekken brengen me geestelijke soelaas.
De grote vragen waar ik als twintiger mee rond liep, zijn van alle tijden. Ook de jongeren van nu kampen met kwesties die op ze drukken. Het gaat niet zo goed met de twintiger van nu, blijkt uit onderzoek. Uit een meting van de gezondheidsmonitor vorig jaar, blijkt dat slechts de helft van de twintig tot vijf-en-twintigjarigen diens geestelijke gezondheid als goed ervaart. Het is iets beter ten opzichte van covidjaar 2022, maar nog steeds zorgelijk slecht. Serena (22, zie kader) is zo’n jongere. Ze tobt over vanalles.”Wat is liefde? In welke liefde moet je investeren? Iedereen zegt altijd: ‘pick you battles’, maar hoe weet ik dat ik de juiste ‘battles’ kies?” Het zijn vragen waar je volgens haarzelf niet mee naar een psycholoog gaat. Met wie je er wel over kan praten, is onduidelijk. “Met mijn vrienden heb ik het er niet over.” Maar de mensen die ze mogelijk zouden kunnen helpen zijn juist in grote getalen aanwezig in onze samenleving: De 70+’ers. Er zijn er genoeg: in 2030 zal 12% van onze bevolking volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) ouder dan 75 jaar zijn. Zij weten raad, zij kunnen de Gen-Z’s en Millenials helpen met hun vragen, zodat hun geestelijk welzijn verbetert. Mijn aanname is deels gestoeld op eigen ervaringen. Als twintiger maakte ik een serie voor deze krant, waarin ik 70+’ers basisvragen stelde over zingeving (“Wat is de zin van het leven? Ziet u dat nu anders dan vroeger?” etc). Ik interviewde Til Gardeniers, Marten Toonder, Rutger Kopland, Dolf Kohnstamm en meer van dat soort tijdsiconen. Uren zat ik met ze aan de tafel, hun denkraam (om in Toonderjargon te blijven) was met de leeftijd groot en rijk geworden. Wordt het niet hoog tijd voor een levenservaringsloket?
Maar wellicht ga ik te snel. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, ik baseer mijn aanname te veel op een vrolijke ervaring uit mijn twintiger jaren. Misschien zitten de twee groepen helemaal niet op elkaar te wachten. Vooralsnog hebben ze in de samenleving weinig met elkaar te maken. Op het werk komen de Gen-Z’s de 70+’ers niet tegen, want ze zijn met pensioen. Jongeren hebben vaak domweg geen contact met de oudste generatie. En onbekend maakt onbemind. Joris (22, zie kader) vertelt dat zijn grootouders al een tijdje geleden zijn overleden. “Ik spreek ouderen eigenlijk nooit. Ik zie alleen maar hangouderen met scootmobiels het winkelcentrum blokkeren.” 70+’ers en Gen-Z’s kunnen prima langs elkaar heenleven in deze samenleving. Praktisch komen ze elkaar weinig tegen.
Juist die klassieke generatiekloof is een extra motivatie om te onderzoeken wat jongeren van ouderen kunnen leren. Idealiter is de samenleving een samenhangend lichaam, waar elke specifieke groep een rol in heeft. Dat idee komt niet uit de lucht vallen. Honderden pagina’s studie van het SCP gaan diepgaand in op het vraagstuk van sociale cohesie in de samenleving. Sociale erbinding gaat om hoe verschillende groepen omgaan met basale maatschappelijke waarden. Volgens het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap zij dat “Vrijheid, gelijkheid en solidariteit.” Aan deze waarden moeten alle groepen samen een invulling geven, Gen-Z ‘s, babyboomers, generatie nixers zoals ik, iedereen. “Het doorgeven van ervaringen en waarden tussen generaties schept verbondenheid die verder reikt dan het individuele leven.” meldt het SCP- rapport. Intergenerationele gesprekken zouden kunnen fungeren als een soort tegengif voor polarisatie.
Katrin Sturhan is socioloog en werkzaam in woon- en zorgcentrum Zuylenstede in Utrecht. Ze is meteen enthousiast over de vraag hoe 70+’ers Gen-Z’s kunnen helpen met hun levensvragen. Volgens haar blijft veel potentieel liggen in de samenleving. Zo ook in het zorgcentrum waar ze werkt. “Ouderen hebben helemaal geen zin in bingo of andere spelletjes. Ze willen zich nuttig maken, zoals ze dat in hun leven ook al hebben gedaan. Ze hebben veel levenservaring.” Ook filosoof Suzanne Biewinga, op haar zeventigste gepromoveerd op “Ouder worden als ervaring, filosofie van het late leven” weet dat er een overvloed aan kennis, inzicht en ervaring ligt bij de oudste generatie. Voor haar onderzoek voerde zij filosofische groepsgesprekken met ouderen naar het ware, goede en schone van ouder worden. “Het leven is geen trap omhoog en omlaag, zoals je dat vaak ziet afgebeeld.” zegt zij. “Het is een reis door een onbekend gebied, avontuurlijk en veelzijdig. Voor die reis heb je de mentale kracht nodig van een ontdekkingsreiziger.” Ouderen hebben meer ervaring in dit kronkelige en ongewisse levenspad dan jongeren. Ze somt de tools op die je nodig hebt voor je levensreis, en waar ouderen verder in zijn dan jongeren: “Levensmoed, praktische wijsheid, interesse, maat houden, eigenwaarde en bondgenootschap.” Zouden die bondgenoten de Gen-Z’s en Millenials kunnen zijn? Jonge levensreizigers die optrekken met de oudere levensreizigers om zelf te leren hoe je je het beste uitrust voor de expeditie van het leven? Een ervaren medereiziger zou op een goed moment in het leven van de Gen-Z’s en Millenials komen, want ze staan net op een kruispunt van een nieuw, onbekend parcours.
De zon schijnt. Woon- zorgcentrum Zuylenstede bevindt zich aan de rand van Utrecht, in de wijk Overvecht, een wijk waar de politie geregeld te vinden is en niet alleen vanwege te luid burengerucht. Zorgcentrum Zuylenstede is een bubble van rust midden in deze grootstedelijke aandachtswijk. Van links en van rechts komen vier twintigers aangeslenterd, de één is met de bus gekomen, de ander met haar net aangeschafte peugeootje. Serena (22), Joris (22), Kamiel (26) en Celine (25) doen mee aan de proef die ik heb opgezet, ze gaan met ouderen in gesprek over hun levensvragen. Ik wil testen of jongeren inderdaad kunnen leren van ouderen. En of dat bijdraagt aan hun welzijn, of er grond is voor een levenservaringsloket. Het bleek niet moeilijk om jongeren te vinden, binnen de kortste keren had ik een hele pool met enthousiaste jongeren die het “chill” leek om met senioren in gesprek te gaan over hun levensvragen. Als selectiecriteria heb ik ‘20+ en net aan het werk’. De reden voor het laatste criterium is dat de overgang naar het werkende leven misschien wel één van de grootste levensveranderende events is. Met je diploma ben je in één klap een staatsburger die ook nog eens economische verantwoordelijkheid draagt. Je wordt als onopgeleide akela losgelaten in het bos van banen, belastingen en aftrekposten. Economische onafhankelijkheid is een extra factor. Ik laat de jongeren vrij in hun onderwerpen, en spreek met ze af dat ik een maand later met ze evalueer. Van tevoren hadden ze al een lijst ingevuld waarin ze vertelden over hun verwachtingen en hun levensvragen. Ze splitsen zich op in twee groepen van vier. Katrin Sturhan heeft vier ouderen gevonden die in gesprek willen, het stel Rik (76) en Jan (90) en het echtpaar Wil (76) en Willem (82). De Gen-Z’s hebben stroopwafels meegenomen. Wat onwennig schuiven de ouderen en de jongeren bij elkaar aan tafel. Het ijs is snel gebroken. Terwijl Katrin en ik een eind verderop aan het bier zitten, horen we op de achtergrond gelach.
Een maand later. Serena, Celine, Joris en Kamiel kijken nog steeds positief terug op de gesprekken die ze voerden met Rik, Jan, Willem en Wil. “Ik heb grote vragen gesteld en grote antwoorden gekregen, waar ik van heb geleerd.” vat Kamiel samen. “Ze hebben genavigeerd in het leven tot waar ze nu zijn. Dat gaf mij perspectief. Het leven is lang en heeft veel verschillende fases. Je kunt heel anders een fase uitkomen dan je erin ging. Terloops noemden ze best heftige dingen, maar ze doen er niet heel zwaar over. ‘Take it easy,’ leer ik daarvan.” Ik fiets ook nog een keer langs Zuylensteden om te horen hoe de ouderen de gesprekken hebben ervaren. “Ze zijn open en oprecht,” vindt Jan. “Klopt!” roept Rik op de achtergrond. Ze zitten in hun kamer op de bovenste verdieping die uitkijkt over de stad Utrecht. In een flits zie ik even de grijze haren niet meer, maar zie ik daar twee jonge mannen van in de twintig staan. Leeftijd is relatief, het is vooral ervaring, realiseer ik me. Misschien zijn we wel allemaal even oud, maar bevinden we ons alleen maar op een ander tijdstip.
Lees het artikel op https://www.trouw.nl/tijdgeest/wat-kunnen-twintigers-leren-van-zeventigplussers~bd97eb76/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F



