Titanic1

Bingo op de Noordzee

Je kunt op twee manieren tegen de pont tussen Ijmuiden en Newcastle aankijken. Of je vindt het een diepe tragedie, óf je ziet er de lol van in. Allebei kan ook.

Ja, de ferry heeft iets droevigs. De taxfree winkel op dek zeven, waar de mensen zich als sprinkhanen op de afgeprijsde parfums storten. Het restaurantdek, waar obese Engelsen zich ongans zitten te eten en drinken, zonder een woord met elkaar te wisselen. De coverband op dek acht (okee, die is niet eens slecht, maar niemand danst) en als klap op de vuurpijl elke avond bingo. Hebben we daarom de Hunnen en de Romeinen overleefd, de Duitsers weer achter de grenzen gedrongen, het vrouwenkiesrecht bevochten, om ’s avonds bingo te doen op een schuit naar Engeland? Zomaar, voor de lol, niet eens voor straf? Nee, het komt niet goed met de mensheid, denk ik dan. Dit blijft er van ons over als je ons niets in de weg legt. We spelen bingo. Op zo’n moment krijg je een soort mensenwalging. Ik wil er niet bijhoren, bij deze diersoort.

Maar dan ga je een dek hoger. En nog een dek, totdat je bovenop het schip staat. Daar komen we in heel andere sferen. Je beleeft, als je het goed doet, een waar Titanic-the-moviemomentje. Kijk je omhoog, dan zie je de sterren, veel meer dan je op het vasteland ziet. Beneden kolkt het inktzwarte water. Val je erin, dan ben je er geweest. Niet omdat je niet kunt zwemmen, maar omdat je lichaam de kou niet lang aankan. Het schip ploegt ondertussen stug door, terwijl beneden het volk danst en bingo’t. Voor mijn geestesoog zie ik een walvis een fontein spuiten en dan diep en stil het donkere water in duiken. Ik zou mee willen, dat water in, naar Atlantis. Trouwe lezertjes weten dat ik in ’t diepst van mijn gedachten een zeemeermin zou willen zijn. Op de brug zie ik de stuurman achter het roer staan. Of eigenlijk zie ik alleen maar de schimmering van zijn pet. Petten van zeemannen zijn romantisch, het zijn archetypische petten.

Ik ga terug naar mijn hut. Een jurk en hakken op een boot is trouwens niet aan te bevelen. Je jurk waait voortdurend omhoog, en dat is koud, in de winter op de boot naar Engeland. Terug in de hut kan ik cocoonen. Er is een tafeltje om te schrijven, alles is proper. Het bed is prima. ’s Nachts dein ik heen en weer in mijn bed, het is een heerlijk gevoel, alsof je als een baby in een wieg ligt. Kijk je uit het raam, dan zie je nog net de staart van de walvis. Ik weet ook wel dat er geen walvissen op de Noordzee zijn, maar soms moet je niet alles weg checken.

 

Hee pssst: like ons op Facebook!  




There are no comments

Add yours