balloons-388973_1920

Bevrijdingsdag tijdens de pandemie? Flaneer als nooit tevoren!

Ik was vannacht bij De Reisgenoot gebleven, na een soort mini-coronafeestje buiten de deur.  Ik had een mooie jurk aan en hakken,  alleen al om die reden moet je af en toe minifeestjes organiseren tijdens de pandemie. Het lijkt wel of iedereen alles heeft losgelaten.  Zie je nog mensen op straat, dan lopen ze er als dweilen en zoutzakken bij, met een afgeragde spijkerbroek uit de jaren ’80 en ouwe Birkenstocks. ‘Laat nooit je stijl varen’, zei mijn goede oma altijd. O.k, dat is niet waar, mijn oma liep nog net niet in klederdracht, maar als ik later oma ben, ga ik dat wél zeggen. Ik wijd uit.

Na de bevrijdingsdag vanochtend samen te hebben ingeluid, moest ik maar eens gaan. Naar mijn eigen stek, interview uitwerken, onduidelijke dingen doen. Probleempje: ik heb alleen maar mijn mooie jurk en vooral, palen van 12 centimeter. Daar kan de geoefende loopster nog wel een tijdje op voort, maar ze zijn niet gebouwd op lange wandelingen. De Reisgenoot zegt: “Leen toch mijn fiets.” Dat is een goede oplossing. Ik besluit om meteen maar een slinger te maken via de stad, als ik toch een fiets heb, dan kan ik de bevrijdingsklokken nog horen. Alle klokken zullen luiden, dat is gaaf.

Zo fiets ik goed gemutst op palen richting centrum. Denkend aan de oude dame in de trein, ruim een maand geleden, die zei: “Beter corona dan de Duitsers.” We waren ongeveer de enigen die nog met de trein gingen. Zelden heb ik tijdens een treinreis zo gelachen als met die oude dame. Het is een prettig idee, om op een bevrijdingsdag tijdens een pandemie te denken: “Beter corona dan de Duitsers.” De zon schijnt. Ik glimlach. De klokken beginnen te beieren. Totdat.

“Psjt.” hoor ik. En nog een keer “psjt, psjt.” Band lek!  Ik ben nu pas écht ver van huis, misschien ook wel in de overdrachtelijke zin, maar daar gaat het nu niet om. Ik loop op 12 centimeter en ben ver van huis.  Soms kunnen kleine dingen ineens je hele leven beheersen, dat weten we inmiddels allemaal. Ik denk nog even aan de houten banden die ze hadden in de oorlog, maar die gedachte snijdt nu geen hout. Ik bel De Reisgenoot. Er volgt een ingewikkelde afspraak, van fiets neerzetten tegen het Haagse Schoolgebouw in de Nobelstraat, sleuteltje onder een steen van de bouwvakkers, de eerste steen links, blabla, fotootje erbij en geappt, alsof we in het ondergronds verzet zitten. Maar de werkelijkheid is dat ik nu zo’n 4 kilometer naar huis moet lopen, op palen van 12 centimeter. Er zijn momenten in je leven, veel zijn het er niet, dat je denkt: “Had ik maar Mephisto’s aan”.

Ik bedenk dat ik van de nood een deugd moet maken en niet moet zeuren, deden ze in de oorlog ook niet. Rug recht en flaneren met die handel.  De Catharijnesingel is je catwalk. Zo wandel ik zwierend en statig à la Eline Veere naar huis almaar denkend ‘negeer de paal.’ Er lopen niet veel mensen op de singel, ik kom een man met een teckel tegen, die somber naar de grond kijkt. Maar  verder lopen er alleen maar vrolijke mensen. Ze flaneren, net als ik, in mooie kleren en zonder Mephisto’s. Is het toeval?  Is het  Bevrijdingsdag?

Ja, ik voel mijn rug nu, en mijn middenvoetsbeentjes zijn allemaal gebroken en geknakt. Maar ik ben blij dat de band leegliep.  Nu maar eens De Reisgenoot appen, dat ik thuis ben. Ik ben inmiddels barrevoets aan het tikken, de palen heb ik in een hoek geworpen. Bevrijdend.

 

foto: RyanMcGuire 




There are no comments

Add yours