alexander-gamanyuk-0SpK_7aeLcc-unsplash

corpsballen vallen uiteindelijk best mee (maar soms ook niet)

Vooral via de Reisgenoot zijn er diverse voormalige corpsballen mijn leven in geslopen. Ik vind iets van het corps, tezamen met al mijn vrienden die ik nog ken vanuit mijn studietijd.  

Reisgenoot zelf was overigens een wedstrijdroeier, bij Triton. Reisgenoot zat niet op het Corps, maar sommige van zijn vrienden wel. De roeiers moeten aparte aandacht. Je had vroega de roeimeisjes, meestal wortel en komkommer etend en zeker niet rokend. Ze hielden het bij één glaasje witte op de avond, vanwege de boot. Van hen leerde ik het begrip ‘Anker’,  een roeister die niet goed kon roeien of te zwaar was voor de skiff. Anker spreek je uit als ‘Ankej,’ want dat corporale dialect hebben de meeste roeiers (m/v) wel. Behalve Reisgenoot natuurlijk, die is boven alle kritiek verheven. Roeiers zijn niet te verwarren met corpsballen. Ze zijn sportief tot in de nerven. Ik weet dat nog van vroeger.  Je had de lichtgewicht en de zwaargewicht roeiers.  Ik herinner me de spicht Larry (een Orkaan), die rondjes in een regenjas ging rennen om gewicht te verliezen voor zijn roeiteam. Lachen was dat. Of neem de Reisgenoot. Inmiddels te oud voor wedstrijdroeier bij Triton, maar de sportiviteit krijg je er niet uitgeslagen. Waar ik een wandeling naar de brievenbus al zie als een workout, ligt hij 8 uur ’s ochtends reeds in het water of zit hij op de roeimachine.  In theorie zou dat een afgetraind lijf opleveren. In de praktijk doet dat het inderdaad ook wel, ’t is een mooie man, zeker. Ware het niet dat er behalve energie die uit het lichaam wordt gesport, aan de andere kant wijn in het lichaam wordt gegoten. Dat houdt de boel in balans. Maar goed ook, anders zou ik tegen hem afsteken, met mijn actieve leven op standje Covid.

Maar we raken van de hoofdweg. Vooroordelen over corpsballen was het onderwerp. Zat je bij het Corps, dan hoorde je vroeger bij het verkeerde kamp. De eerste weken van de studie hingen er altijd wat groenig uitgeslagen corpsballen in de collegebanken, soms hadden ze een uitval, zakten ze weg achter hun bank met hun tong uit hun mond. Dat was vanwege de ontgroeningen. Er hing een alcoholdamp om ze heen en vliegjes cirkelden om hun hoofden. Was dat na een paar weken eenmaal voorbij, dan kregen ze een behoorlijk grote bek en kliekten allemaal bij elkaar. Ze hadden het in de pauzes altijd over ‘de Jaajclub’ . De corpsjongens noemden vrijen per definitie ‘neuken’ en dat was zo ongeveer hun enige gespreksonderwerp. Uit frustratie vermoedden wij. Geen studente wilde ze hebben, we vonden ze te smoezelig met hun vieze praat en gore brasjasjes. We hadden bovendien die avond daarvoor gezien dat ze sneu, alleen en lam in een hoek van de Woolloomooloo stonden, dronken brallend tegen niemand in het bijzonder. Ze hadden het over ‘wijven’ in plaats van ‘vrouwen’. De ontgroeningen waren zo erg dat zelfs Amnesty International haar handen ervan aftrok. Ze schenen 1000 gulden per jaar aan biergeld te moeten betalen, maar dat deden de vaders. En als ze na eindeloze studievertraging eindelijk op hun dertigste afgestudeerd waren, hielpen ze elkaar allemaal in het zadel. Het Corps was een sekte waar je niet bij moest willen horen. Dat was vroeger het beeld.

Ik heb ooit een vriendje gehad die bij Minerva zat, in Leiden. Zijn dispuut heette ‘De Schutterij’, herinner ik me. Eigenlijk klopten alle vooroordelen van hierboven. Wat een geteisem, daar bij De Schutterij. Hij heeft inmiddels een hoge functie in de juridische hoek. Ik kan de rechterlijke macht dan ook niet meer serieus nemen sinds dat vriendje.

Inmiddels ken ik een hoop Reünisten,  en niet alleen via de Reisgenoot. Het blijken fatsoenlijke mensen waar je een normaal gesprek mee kunt voeren.  Hun Jiskefettiaanse tongval verraadt soms nog een vroegere lidmaatschap van de sekte. Zijn ze blijkbaar in tijd, leeftijd en werk losgeweekt van  Het Corps, dan zijn ze goed te pruimen. Lief zelfs, soms. Wat rechtsig, dat wel, hoewel Marianne Thieme ook een reünist is, en die kun je toch niet rechts noemen. Of  PvdA voorman Job Cohen (Vindicat) Maarten van Rossum is alumnus van het Corps in Utrecht. Naar verluidt dronk hij op feesten alleen maar thee. Deze quote werd daarvan opgetekend: “Het niveau is hier toch al niet zo hoog, dus als je er nu ook nog alcohol bij gaat drinken…” Ook Beau van Erven Dorens (surprise!),  Neelie Kroes en de koning stonden geregeld te adten in hun sociëteit. Misschien valt het toch wel mee, met dat corpsvolk. Behalve die ontgroeningen dan. Die mogen ze wat mij betreft afschaffen.




There are no comments

Add yours