IMG20211030170517

“Dat is geen aap, dat is een slang.” Verslag uit het oerwoud .

Verslag uit het tropisch regenwoud .

We hebben met een smal wiebelig bootje aangemeerd bij een steen aan de oever. Vandaar uit kunnen we aan wal springen, het tropisch regenwoud in. De gids, Clydell hetende,  wijst een boom aan van driehonderd jaar oud. De termieten hebben hem van binnen leeg gegeten. De boom van meer dan 25 meter hoog, is helemaal hol van binnen, als een huisje. “Nooit opgeven,” zegt hij, “dat leer je hiervan.”  Clydell is van hier, van het bos.  Hij is onvermoeibaar, hij moet altijd op ons wachten. 

Tarantulas zijn niet gevaarlijk, legt hij uit. “Ze ruimen juist op. Je moet blij zijn als je een tarantula in je kamer hebt, dan zul je geen last hebben van vliegen.”  Ook mijn dochter, die hier al langer zit, vroeger de grootste spinnengiller van Utrecht, is inmiddels enthousiast geworden over de tarantula. “Ze zijn eigenlijk heel lief.” knikt ze. Toch wil ik ze niet in onze hut hebben, die tarantula’s, zeg ik.  Clydellc wijst op een gat in de grond met spinrag erom heen. “Hier woont de bananenspin van die en die soort,” prikt hij met zijn stok, “die zijn wél behoorlijk giftig.”  “Laat de spin slapen,” zeg ik, mijn dochter en de reisgenoot meetrekkend.  Een eindje verderop zie ik een staart uit een boom hangen. “Een aap!” wijs ik. “Het is geen aap, het is een slang,” corrigeert Clydell. 

Niet dat het oerwoud vol gevaren is. Gek genoeg word je er minder bang voor dieren, omdat je erdoor omringd ben, omdat je een onderdeel van het geheel bent. Alles om je heen is groen. Je bent hier niet de dominante mens, maar je bent te gast in het woud. Het oerbos heeft geen mensen nodig. Wij hebben een wereld gecreëerd waarin we onszelf onmisbaar hebben gemaakt, maar het is in wezen andersom, wij hebben de natuur nodig en de natuur ons niet. Wij zijn een product van de natuur. Hoe belangrijk is het niet om zuinig te zijn op de natuur? Ook door wat we dragen en wat we kopen?  

Als je hier heen vaart, naar deze plek midden in de jungle, zie je soms een kale plek, met afgebroken, dode bomen. Daar zijn goudzoekers bezig geweest, ze hebben de grond verpest met kwik. Niets kan er meer groeien, en het kwik kan ook het grondwater aantasten. Geldzucht maakt zoveel kapot.  Het doet pijn.  

De mensen die hier wonen zijn niet uit op winstbejag of op efficiëntie. Ze zijn bezig met de balans van de natuur. Hun gewassen kweken ze op kleine schaal door elkaar heen,  zodat een plaag niet hun oogst kan doen mislukken. Het begrip ‘onkruid’ bestaat niet:  als er een ander gewas groeit naast het gewas wat ze hebben geteeld, gaan ze ervan uit dat dit nut heeft. Bijvoorbeeld vanwege de anti-bacteriële werking, maar vaak ook weten ze niet waarom het gewas daar groeit. Ze vertrouwen op de wijsheid van de natuur. 

We lopen nu al uren door het bos. Clydell heeft ons vanalles aangewezen. Een boom op hoge wortels, die letterlijk loopt. Een paar maanden later staat hij een eindje verderop, het is een opportunistische boom. Als hij niet genoeg zon heeft, gaat hij aan de wandel. Een rekkelijke ent.  Geneeskrachtige kruiden laat hij zien, die je uit de planten kunt halen. Hij heeft  het geleerd van de inheemse indianenstammen die hier wonen, de voorouders van Clydell waren gevluchte slaaf-gemaakten. De twee groepen zijn niet gaan mengen, maar ze hebben elkaar wel dingen geleerd. De gids is rustig, niet opgejaagd. Niemand is hier opgejaagd, de mensen hebben aandacht voor wat ze doen. Hun vriendelijkheid is oprecht, er is geen dubbele agenda. Het bos geeft je een andere mindset, een instelling die beter past bij mensen. 

Als mijn leven ten einde loopt, moet ik dan trots zijn op alles wat ik gedaan heb en wat ik heb neergezet? Het gaat om het leven, de liefde, je plek op deze aardbol. Niet verspillen, maar zijn. Het oerwoud heeft me aan het denken gezet. Maar heeft me vooral heel stil gemaakt.     

 




There are no comments

Add yours