pair-2028068_960_720

Kafka momentje: opbotsen tegen een ex – gemiste kans !

Die voel ik wel even in mijn onderbuik. Ik bots in de stad tegen Boaz op. Ooit aan de kant gezet voor een morsige journalist. Hij is nog even leuk als toen.

Het is al een tijdje terug. Ze waren min of meer tegelijkertijd op mijn pad gekomen, de Morsige Journalist (MJ) en Boaz.  Boaz was fris, intelligent en bèta. Ik wandelde met hem door de Ardennen, we voerden gesprekken over politiek en geschiedenis bij het haardvuur.  We maakten vuurtjes buiten, waar we in staarden en waar we zachtjes bij mijmerden, als een duet. Zijn armen om me heen. Rust en veiligheid, dat was Boaz. Met de journalist hing ik in café’s en bespraken we films. We hadden pittige gesprekken over het wel en wee van de wereld. We discussieerden over teksten en over stijl, we waren ook nog vakbroeders. Hij schreef goed, dat vond hij zelf ook. Een romanticus, die naar eigen zeggen het liefst over de wereld trok met een dochter en een ezeltje. Hij had een gepeperde mening over het leven in zijn algemeenheid en diverse personages in het bijzonder. De journalist was grappig, gevat. Zowel de journalist als Boaz dulden er geen ander naast. Het was de natuur versus de stad,  evenwicht versus spanning. Het werd de journalist. Met pijn in mijn hart, want ik hield van allebei.

De gepeperde mening bleek eigenlijk niet veel anders dan zuur brommen. Maar toen het regende, ging hij niet naar het stembureau om te stemmen met al zijn kritiek op de politiek. De MJ had geen ezeltje of een dochter, de reis om de wereld was niet meer dan een fata morgana. Hij had überhaupt kind noch kraai. Zuipen en zuur zijn, met  non-verbale wanprestaties, want ook op dat vlak had hij meer praatjes dan hij waar kon maken. Na een paar maanden was ik uitgekeken op MJ. Dan Boaz. Ik miste zijn openheid en eerlijkheid, zijn frisse kijk op het leven. Besefte dat de bal bij mij lag, ik had onze verbinding destijds beëindigd ten faveure van MJ. Ik vroeg hem uit eten. Het was weer net als toen, het etentje. Maar er kwam geen herkansing, wat betreft Boaz.  You win, you lose.

Ik was de hele situatie alweer vergeten, het speelde een tijd terug. Tot afgelopen week.  Mijn collega’s vroegen die dag nog: “Wat is er aan de hand dat je vandaag geen hakken aan hebt? “ Eigenlijk niets, ik had die ochtend gewoon geen zin in palen. Ik ben redelijk afgepeigerd, het was een zware dag. De winkels zijn al dicht, de avond is gevallen. Ik denk al sloffend:  “Deze jurk moet ik maar niet meer aandoen. Er zit geen model in.” Vormeloos hangt de jurk om mijn lijf. Het Afkes-tientalgevoel: vermoeid, haar op half-zeven, doorgelopen make-up, sandalen. Er zijn momenten dat ik er beter uit zie. Ineens zie ik Boaz daar monter lopen, onder het lantaarnlicht. “Boaz!” roep ik. We staan stil tegenover elkaar. Hij is nog even energiek als vroeger. Mooi, lang. Vrolijk lachend.  Waarom heb ik hem destijds in vredesnaam ingeruild voor de Morsige Journalist, die nog steeds in zijn eentje brommerig door Utrecht slentert en ’s avonds lonely de ponely in zijn stamkroeg aan de toog zit dronken te worden? Waarom de zuurbek in plaats van deze man? Wat bezielde me? Boaz en ik staan stil tegenover elkaar. Er is een blik. Er is een vonk. Maar hij moet weer door, zijn vriendin roept dat ze de trein moeten halen. “Dag!” zeg ik. Ik loop verder. De nacht weer in.

 

p.s: Like ons op facebook




There are no comments

Add yours