rechtenvrij. ben-berwers-

Over zussen die wegvallen, de pastoor en aardwetenschappen.

Ze mist haar zussen

Reisgenoot heeft samen met zijn familie een huisje aan de Zeeuwse kust. We zitten er vaak.  “We moeten nog even langs buurvrouw Ien,” zegt Reisgenoot. Hij kent haar al sinds zijn dertiende.

Ien is een hartelijke Brabantse vrouw van een eind in de tachtig. Er staat een tafel met oude stoelen in haar huis, kleedjes, geborduurde schilderijen. Twee van haar zussen zijn de afgelopen weken overleden. De oudste zus was het minst erg. “We zeiden tegen het hospice, ‘neem haar alsjeblieft, ze is moeilijk.’ “ Maar van de dood van haar zusje is ze van slag. Er staat een fotootje op ooghoogte op tafel, een oudere dame met vrolijke ogen. Ien heeft er verdriet van. “Ik ben speciaal voor haar hier gaan wonen,” vertelt ze. “Mijn zusje was net getrouwd en vanuit Brabant verhuisd naar Zeeland. Ze zei: ‘kom alsjeblieft hierheen, ik mis je zo.’ Toen ben ik gekomen.”  Ien was onderwijzeres. Ze is de middelste van een gezin van elf kinderen. Negen meiden en twee jongens waren er thuis in Hilvarenbeek. Ien is niet getrouwd, het is er niet van gekomen. “Een mens is niet geschapen om alleen te zijn,” zegt ze. Dan maakt ze een grapje over iets anders.

In de kerk komt ze sinds kort niet meer, omdat het kleed op het altaar er niet netjes ligt  Daar kan ze niet tegen, tegen dat soort slordigheid in de kerk. De pastoor komt nog wel geregeld langs. Ook om haar breiwerk mee te nemen, want ze breit prachtige truien voor de vluchtelingen. Vroeger was het gebruikelijk dat er minstens één familielid het klooster inging. Haar familie ontsprong de dans. “Mijn moeder zei: ‘je mag non worden, maar pas na je dertigste. En áls je dan non bent, kom je niet meer terug, want daar hou ik niet van.’” Geen van de zussen is gegaan. Ook niet de moeilijke, die ging ‘Aardwetenschappen studeren. Ze was een keer aan het graven om de aardlagen te analyseren. Toen had ze zo diep gegraven dat ze niet meer uit haar eigen kuil kwam.  Het begon te onweren. Ik heb haar uit de kuil moeten trekken.” Ze kijkt naar een onbestemde plek. Trekt aan haar sigaretje. “Maar ze is er niet meer.” Het is even stil. “Wel een moeilijke hoor, mijn zus. Dat wel.”

Van breien komt het de laatste tijd niet, ze moet teveel aan haar zusje en haar zus denken, kan zich niet concentreren.  Op de gang staat een loopfiets, een laag ding, dat eruit ziet als de voorloper van de vélocipède . “Veel handiger dan een rollator. Gaat sneller ook.”  Op de loopfiets crosst ze naar de winkel en door het ziekenhuis, als ze daar moet zijn.

Ze laat ons uit. “Kom snel weer terug,” zegt ze. “Het was veel te kort.” Ze zwaait in de deuropening, terwijl we naar onze voordeur aan de overkant lopen. Dan gaat langzaam haar deur dicht, na die van ons.

 

Fotografie: Ben Berwers 




There are no comments

Add yours