10033

met je designersrok tussen de hooligans

Deze column is geschreven in een blauwe rok van Irma Borgsteede. Tussen de hooligans.

Ik heb een wandelmaatje gevonden. We lopen langs het jaagpad richting Veldkeuken in Bunnik. Er staat een herfstbries die de takken doet zwiepen. Het riviertje stroomt kalm als altijd. We passeren stadion Galgenwaard. Er klinkt menselijk geloei. “NAC tegen FC Utrecht.” zegt wandelmaatje, die er blijkbaar alles van weet. Hij kijkt verlangend naar het stadion. “Ik ben van NAC.”

Als iets not-done was vroeger bij ons thuis, was het een voetbalstadion. Daar kwam je niet. Concertzalen, prima. Daar mocht je in geval van opperste staat van vervoering  een keurig ‘bravo!’ roepen. Niet te hard, niet te wild, beheerst. Voetbalstadions of popconcerten waren een NO GO in capslock.

Toch ben ik ooit in een voetbalstadion geweest. Het was een wedstrijd Ajax – Feijenoord in de Arena. Ik was bezig met een verhaal over de F-site, de hooligans van Ajax, voor Nieuwe Revue. Het was op tweede Paasdag toen mijn moeder belde en informeerde of ik in de kerk zat. “Nee, ik zit bij de F-site,” hoorde ze terwijl op de achtergrond luid gejoel klonk en foevoezelagetoeter. Het moet haar te denken hebben gegeven.

Wandelmaatje verrekt zo langzamerhand zijn nek van het omkijken naar het stadion. We besluiten te informeren of er nog kaartjes voor de wedstrijd zijn. Niks Veldkeuken, voetbal. Hij stelt voor om dan tenminste in het familievak te gaan zitten, het dichtst bij de NAC supporters. Maar ik vind dat áls we gaan, dan ook tussen de hooligans, in ‘Vak Bunnik’. Er zijn nog een paar vrije plaatsen in Vak Bunnik.

We zitten tussen de hardcore. Iemand heeft een gigantische pauk meegenomen waar op gezette tijden op geroffeld wordt, vergezeld door de yell “UTRECHT! “ door zo’n 5000 stemmen. 90 % Mannenstemmen gok ik. Dikke mannen, spichtige mannen, piraatachtige mannen (die zijn nog het leukst), kleine mannen, grote mannen. Ik ben hoe dan ook een minderheid. Wandelmaatje is helemáál  de minderheid, want hij is voor NAC. Wat moet hij zich eenzaam voelen. Als hij het maar stil houdt.

Grimmige gezichten om ons heen. Kort stekelhaar. Biertje in de ene en broodje worst in de andere hand, FC – Utrechtsjaal om de hals. De vlag van Utrecht op de arm getatoeerd. Dit zijn geen mannen van woorden, maar daden. “Niet gaan juichen, mocht NAC een doelpunt maken,” fluister ik.  Wandelmaatje gromt.  Hij zit overduidelijk in het kamp van de vijand. “Als Utrecht wint, verlaat ik als een ninja dit vak,” neemt hij zich voor. “Ook niet hardop praten,” maan ik verder, omdat ik bang ben dat hij gelyncht wordt als ze zijn Bredase tongval horen. “Oefen op de harde ‘G’.” Opnieuw een grom.

“Ze hadden beter die wijven op kunnen stellen!” hoor ik achter me, na verwensingen als “ Gladiólen en hoerenjong” naar een NAC-voetballer die staat te dromen. Die NAC’ers staan trouwens wel vaker te dromen. Toch wordt er ergens halverwege de wedstrijd op wonderbaarlijke wijze (veel geluk, geen wijsheid, mazzel, wind die de bal het doel in waait) een doelpunt gehaald. Wandelmaatje krijgt het moeilijk. Al zijn emoties moet hij zien te onderdrukken. Gejuich zou een Johan-de-Witachtig einde betekenen, want het  woedende geloei om hem heen klinkt behoorlijk dreigend. Er wordt vuurwerk op het veld gegooid. Hij besluit zijn blijdschap dan maar te verpakken in FC- Utrechtjargon. “(zacht) Yes…(hard) Wat een klootzakken! (zacht) Geweldig,…Topbal, (hard) KUTBAL!”  Hij komt ermee weg, ook met zijn wegblijvende reacties bij de doelpunten van FC Utrecht, al begint één van de hooligans hem spontaan te zoenen en te omhelzen met zijn lobbige, getoeëerde armen. Iemand begint op een Foevoezela te toeteren. De pauk roffelt. “UTRECHT!” brult Vak Bunnik. Goeie tekst.

Het wordt 2 – 2.  We besluiten de Veldkeuken vandaag maar te laten voor wat hij is. We schudden elkaar plechtig te hand, wandelmaatje en ik, het is remise. Een patstelling. Volgende keer het bos in, als we niet weer tegen gehouden worden door weet ik veel wat.

Info: rok, Irma Borgsteede, bij Livstores Utrecht,  schoenen, Christian Louboutin, jasje, Mango.  Fotografie: Michaël Molenschot

Over de rok:
De Nederlandse ontwerpster Irma Borgsteede maakt haar rokken van overgebleven stoffen. Ze ontwerpt en maakt de kleding zelf in haar eigen atelier. Kleding van Irma Borgsteede is verkrijgbaar bij Livstores, Utrecht.

 

p.s.: like ons op facebook! 




There are no comments

Add yours