Bij de tandarts leven in genadetijd

door | 25 september 2022 | jurken | 0 Reacties

Dat mijn gebit langzaam af aan het brokkelen is, is niet nieuw. “Gek,” zei de vorige keer de tandarts, “Er was niets met deze tand aan de hand. Toch zomaar een stuk eraf. Nog nooit zoiets gezien.”  

Afgelopen week moest ik naar de tandarts vanwege een andere tand, die al jaren aan verval onderhevig is. Ik voelde dat al maanden. En dat was precies de reden dat ik mijn bezoek aan de tandarts aan het rekken was. Ik had smoesjes waar ik bijna zelf in geloofde:  Geen tijd want deadline,  soms gaat een gaatje ook vanzelf weg, geen tijd want bezoek ouders, nu niet want de kinderen komen langs. De ivoren wachter achter in mijn mond kwijnde ondertussen langzaam weg. 

Als ik weer begin te gillen bij een slok warme thee zie ik in dat ik moet gaan. Anders ga ik spijt krijgen, als het niet al te laat is.  De tand, die voor 80% bestaat uit amalgaamvulling uit de jaren ’90, had opnieuw een splinter van het laatste stukje glazuur losgelaten. 

Lig je weer in die stoel. Het  ‘rrrrrr’  van het boortje dat er aan komt op een afstand van een paar centimeter. Ik moet meteen denken aan Amnesty en politieke gevangenen in kerkers.  Ik bedenk dat ik extra geld moet geven en dat het best meevalt. Beter een tandartsboor voor je kies dan een cirkelzaag voor je been. Zo is het wel.  

“Tja,” mompelt de tandarts.  Hij laat me de dia van mijn tand zien. “Uw tand is eigenlijk één en al gat,”. Ik zie inderdaad alleen maar grijs gebied, behalve bovenop de kies, daar is het wit. “En daar dan?” wijs ik hoopvol,” Dat is al een vulling.” zegt hij. “Ik ga nu vullen, maar ik geef uw tand maanden, geen jaren. U leeft in genadetijd.”  Het klinkt ouderwets vertrouwd. We leven in genadetijd, dat is het precies. Gooi maar vol die holle kies.