Daar tegenover staat de sierlijkheid van de piedewiep. Hij geeft je een zeemeerminnenpostuur. En waarom weet ik niet, maar zeemeerminnen vind ik top. Het liefst zou ik er zelf een willen zijn. Zo bezien beeldt de piedewiep eigenlijk de archetypische diepmenselijke hang naar Atlanta uit, maar misschien is dat wat ver gezocht.
De piedewiep is ook een stille verwijzing naar de seventies, de tijd van vrijheid, de kracht van de bloem, wittefietsenplan. Dat wittefietsenplan ging uit van de goedheid van de mens, die vrijelijk met een piedewiep op witte fietsen door de stad mocht rijden. Je kon de fiets pakken waar je wilde. Op slot hoefde je ze niet te zetten, want ze stonden overal en ze waren voor iedereen. Maar de fietsen werden overgeverfd en doorverkocht. Zo’n plan werkt niet bij Nederlanders, die zien overal een handeltje in. Vrolijk idealistisch was het wel. Net als de ‘make love, not war’ sessies, waar gans Nederland (okee, bepaalde kringen) om politieke redenen hele dagen bij elkaar in bed ging liggen toestanden, want als iedereen de liefde zou bedrijven, had je ook geen oorlog. Een goed voorbeeld hoe je het nuttige met het aangename kunt combineren. En dat allemaal in de piedewiepentijd, vroega toen alles beter was.
Verwar de piedewiep (flare) niet met de bootcut. Bootcutpijpen lopen minder uit. De bootcut is het minder heftige zus van de flare. Een oudere zus, want hij stamt nog uit de tijd dat cowboy een serieus beroep was. De broek moest over je laars kunnen vallen. De bootcut is dan ook een fijne broek, zeker, maar net iets minder frivool en met een andere historie dan de piedewiep.![]() |
| http://emphotography.fotoport.nl/ |




