IMG20220508160251

‘Midlifecrisis’ kun je beter een interessant kruispunt noemen.

Deze column kwam tot stand in samenwerking met het platform van mijn studenten op www.nooitofnu.fhj.nl 

Het woord ‘crises’  zou ik willen veranderen in ‘fases’.  Niks ‘quarterlifecrisis of midlifecrisis of puberteit.’, dat zijn dramawoorden voor iets heel normaals, je leven is een aaneenschakeling van veranderende periodes. Kansen om na te denken welke kant je op wilt. Kruispunten noem ik geen crisis

Concreter. Ik neem mijn eigen leven als voorbeeld, mijn levensloop is niet uniek. Je hebt kleine kinderen en voedt die op. Eerst samen, na hun vierde min of meer alleen. Kinderen zijn vanaf hun geboorte alleen maar aan het uplevelen. Ze beginnen als een larf die moedermelk drinkt en lopen uiteindelijk op hakken voorgoed de deur uit. Op dat moment begint er niet alleen voor hen, maar ook voor jou een nieuwe fase.

Gemakshalve wil vooral Dochter zich nog wel eens beroepen op haar kindrol ( ‘mama, waar zijn schone sokken?!’) maar aangezien zij noch broer thuis woont, is dat niet mijn probleem. Door de week zijn ze meestal weg, hoewel er nog regelmatig een volwassen kind komt langsgewaaid, dat is het grote voordeel van midden in het land wonen. In het weekend zijn ze er vaak. Ze zitten in die andere levensfase: Als ze uit bed komen, hebben de Reisgenoot en ik er al een shift opzitten, als wij naar bed gaan, zijn zij bezig met de laatste shift, die meestal plaatsvindt in donkere kroegen of op obscure feesten.

Zoals Zoon dit weekend. Zoon is de keurigste van de twee. Geneeskundestudentje, nominaal lopend op de studie, een meelevend lid van de samenleving cq studentenvereniging. Toch verzeilt juist hij op de smoezeligste feesten. Via via, niveau ‘kom gaan we heen, lachen joh.’ Ik had op moeten letten toen hij dit weekend vroeg: “Mam, wat is punk ook alweer? Qua muziek?”

“Snoeiharde beat en overal tegen zijn.” Antwoordde ik nog argeloos.

Ik weet dat nog van vroeger. Ik heb me er op vijftienjarige leeftijd een korte wijle mee geafficheerd, met de punkers, mijn haar in hanekam. Ik profileerde me als anarchist. Heideroosjes (STOM! STOM! STOM! Raggeraggeragge), Offspring en Sexspistols. Fuck de regels, fuck de systemen, je moest uitgaan van het organische proces want regels zijn wantrouwen. Zoiets. Dat ‘organische proces,’ is het enige dat overgebleven is uit mijn kortstondige punkperiode. De hanekam heeft het destijds niet lang volgehouden. Het was eigenlijk heel vies met al die gel. Bovendien was het doel van de hanekam vooral om mijn vader te bashen en dat was falikant mislukt. Het enige wat hij vroeg: “Heb je je haar gekamd?” Daar doe je het niet voor. De hanekam werd dus allengs omgevormd tot een een a-symmetrisch kapsel, zo maakte ik binnen de kortste keren de metamorfose van punk naar kakker.

In de keuken, 13:00 ’s middags de volgende dag, hoor ik Zoon en Dochter praten. Ze komen allebei net uit bed. Zoon was bij dageraad met gescheurde kleren thuisgekomen van een nacht bij een veel te wild concert. Het was matten geweest in de moshpit, meteen aan het begin al. De zangers hadden grommend en krijsend de hele nacht woedende teksten de vechtende menigte in geslingerd, begeleid door harde, doffe drums. Zoon had het toch wel komisch gevonden. Had hij dat ook weer eens meegemaakt. “Het bizarre is, dat die zangers af en toe tussentekstjes tegen het publiek spraken, en dan hadden ze ineens een zachte vriendelijke stem.” Hij had, zoals we van hem gewend zijn, geobserveerd. Zich verwonderd. Ja, ik hou wel mijn hart vast van moeder, want ik kan me niet voorstellen dat het goed is als je je blootstelt aan al die negativiteit. Aan de andere kant lijkt zoon dit meer als een avontuur te zien en is nieuwsgierigheid zijn drive. “Heb jij weer” zegt dochter, terwijl ze op haar telefoon op het lokale nieuws ziet dat er een concert gierend uit de hand gelopen is.

Bij mijn onderwijsbaan is het momenteel één en al onderwijsvernieuwing, wat de klok slaat. Van vrienden die bij de Hogeschool Amsterdam en bij Windesheim werken, hoor ik hetzelfde. Kennelijk is het onderwijs eveneens een aaneenschakeling van fases. Mijn hele leven is op dit moment een transitiefase. Ik wil meer en ik wil anders. Niet in eens, zoals het cliché van ‘papa-heeft-een-jonge-vriendin-en-een-motor,  maar rustig. Antennes open. Kijken wat het leven zegt. Geen weg banen maar rustig doorlopen en opletten wat voor andere wegen en afslagen er zijn. Luisteren naar je kriebel. Herontdekken wat je kern is, en waartoe je geroepen bent in dit leven. Met verstand je hart volgen. Opletten, genieten en niet bang zijn. Op naar de volgende levensfase.

 

 

Lees ook: https://www.jurkenvanmaria.nl/legenestsyndroom-amehoela/

Rok: Fenny Faber, LIVSTores Utrecht, Twijnstraat 41  Voor de rok, zie ook hieronder:




There are no comments

Add yours