Enthusiastic fishing buddy

Mijn buurman, mijn rots

Ik was even bang dat Pim overleden was. Pim is mijn buurman. Niet letterlijk mijn buurman, hij woont een blok verder, maar wel dermate buurman dat hij het vaste rustpunt in mijn leven is.

’s Ochtends als ik naar mijn werk fiets, zit hij al voor zijn huis te vissen. In de regen onder een reuze paraplu, en anders gewoon naturel, turend over het water. De nevel hangt nog over de smalle rivier. We wonen aan het riviertje de Kromme Rijn, dat vroeger de grens was tussen het Friese en het Romeinse rijk. Dat riviertje stroomt de stad Utrecht in en wordt de Catharijnesingel. Precies op de grens tussen de Romeinen en de Friezen, tussen de stad en buitengebied, zit Pim altijd te vissen. In de Twilightzone. Vaak slaat de torenklok net acht keer, als ik langs hem fiets, onder de brug door het andere leven in.

“Mogge Pim.”

“Mogge Maria.”

’s Ochtends maken we geen praatje. We hebben wel andere dingen aan ons hoofd. Ik moet de trein halen, de trein naar het werk in het Zuiden. Pim moet vissen. Maar de groet is het scharniermoment van de dag. We doen dit al jaren zo. Al tien jaar.

Op andere momenten kom ik hem elders in de twilightzone tegen. Dan loopt hij met zijn pitbulls, of is hij in de weer met hengels en een klapstoel, op een andere locatie in de omgeving van de rivier. Op die momenten maken we wél een praatje. Zo weet ik dat het slecht is gegaan met zijn gezondheid en dat hij naar het ziekenhuis moest. Maar dat het nu wel weer beter gaat. Bij koeler weer draagt hij een rood-witte FC Utrechtsjaal. Hij zal met pensioen zijn, vermoed ik, of gewoon zonder werk.  Ik heb het hem nooit gevraagd. Pim stelt af en toe wel een vraag. Bijvoorbeeld of de Reisgenoot mijn vriend is. Het was een oprechte, geïnteresseerde vraag. Toen ik dat bevestigde zei hij warm: “Wat leuk voor je, wàr?”

Ook heeft hij me wel eens gevraagd of ik in de mode zat. Eerst zei ik “niet echt,” en wilde uitleggen dat ik wel een weblog had die ‘Jurken van Maria ‘ heette, maar dat die niet over jurken ging, maar over het verhaal van het leven. Maar voor dat ik dat allemaal begon uit te leggen, realiseerde ik me dat dit veel te ingewikkeld is. Ik herstelde: “Nee, eigenlijk zit ik helemaal niet in de mode. Ik hou gewoon van jurken.” Pim knikte.

Pas stond er een ambulance bij Pims huis. Er was ook een politiewagen. Er werd gezeuld met een re-animatieapparaat. Ik gluurde naar binnen, geen Pim. Er was veel ambulancevolk in het huis, maar ik zag geen paniek. Zou het al te laat zijn?  De opvolgende week was Pim er niet.  Mijn dagen begonnen wankel, geen Pim die me groette in de oversteek van de twighlightzone tussen thuis en werk.  Ik voelde me verdrietig. Ik miste Pim, al vroeg ik me al fietsend af, wat ik dan precies miste.  Mijn dagen begonnen niet met een veilige overtocht naar het andere rijk, maar met een leegte. Er zat niemand op zijn plek te vissen. Pim was weg.

Maar nu zit hij er weer.  Met zijn korte, gedrongen gestalte en korte grijze stekeltjes, turend over het water.

“Mogge Pim.”

“Mogge Maria.”




There are no comments

Add yours