IMG20210605110653

Wat je wel en wat je vooral niet moet doen met de vaccinatie.

vaccinatie.

De anti-covidprik haalde ik net in een enorme hal bij de jaarbeurs in Utrecht.  De operatie liep gesmeerd. Wappies zouden zeggen dat je langzaam een fuik inzwemt.  Ik dacht vooral: “Ze kúnnen het dus wel. “ Ik vind deze hele prikexercitie getuigen van een organisatietalent, waar de ambtenarij een voorbeeld aan moet nemen.  Laten we dat dan in ieder geval aan corona overhouden, geen rijen meer bij de gemeente. 

Maar goed. Het begon met het bordje ‘Heeft u de afgelopen week covid-gerelateerde klachten gehad.’  Gewetensnood.  Moet ik liegen?  Wat is liegen?  Ik heb namelijk al zolang covid officieel bestaat covidgerelateerde klachten, maar de laatste week vooral.  Ik bemerkte deze week bijvoorbeeld een kuchje. “ Covid..” dacht ik “Nu zal je het hebben. Net voor de prik.” Ik ging meteen overal aan ruiken (en rook alles)  en deed een zelftest.  Ik had het niet volgens die test.  Eerlijk gezegd denk ik dat ik deze week nogal op de psychosomatische toer was qua corona. 

In de rij staande, deed ik ook mijn uiterste best mijn hooikoortssnuifje te verbergen.  Straks word je nog weg gestuurd vanwege het snuifje, bewaar me. Hoe moet het dan?  Ik heb het de hele zomer. Moet ik Frankrijk afzeggen, etc etc, enfin, het hele rampenplan rolde zich voor me uit, daar in de rij. De rij met een doorsnee van de Nederlandse bevolking in jouw leeftijdscategorie. En allemaal zonder partner, want je moet alleen komen.  Als je single bent, is de inenting je kans om te flirten. Dat is mijn tip aan de alleengaande lezertjes. 

Het ging nog bijna mis bij de laatste ring van de fuik, de paspoortcontrole. Die duurde lang. Ik gluurde naar de hokjes naast me. Daar was doorstroom, bij mij niet. Er werd een wenkbrauw opgetrokken. Getik op de computer, stilstaande zwevende handen boven het bord. Een blik naar mij,  een KGB-blik. “Is er iets?” Vroeg ik zenuwachtig, “Moet ik mijn uitnodiging laten zien?”  

“U staat niet in de systemen,” zei de man kortaf. “Ik bel iemand.”  Het zweet  brak me uit.  Als je niet in de systemen staat, is het niet best. We gingen toch niet meemaken dat ik hier binnenkom als Nederlands staatsburger en eruit kom als ongedocumenteerde asielzoeker?  Zonder prik?  Er kwam iemand bij, een good cop die niet streng keek en geruststellend deed. Dat ken ik, die combinatie, de strenge en de milde. Zag ik daar handboeien?  Helemaal niet, ik schoot te veel in de drama. Ik werd gestuurd naar het laatste loket, die voor de prik. 

Zit je ineens op de stoel. Er waren inderdaad mensen die het eng vonden, die kregen een speciale behandeling, vertelde de prikmevrouw desgevraagd.  Ze was aardig.  Er zat een vlieg op mijn arm, dacht ik, en toen ik hem weg wilde wuiven, zag ik dat ze al een prik had gezet.  

Daarna moest  je naar de wachtkamer omdat sommige mensen binnen dat kwartier nog flauwvallen.  Overal zaten mensen met boeken en telefoons op stoeltjes met tussenschot naast elkaar. Wat zijn Nederlanders toch een gehoorzaam volk. Ik liep door, want we moeten het niet overdrijven.  De Reisgenoot heeft hier vast ook zitten wachten, bedacht ik. Over het algemeen is hij een keurige man, hoewel hij dat keurige in de omgeving van de slaapkamer vaak loslaat.  

Nu zit ik thuis aan de koffie, 60% minder kans hebbend op Corona, de modernastoffen in het lijf.  “Ging jij een kwartier zitten wachten? “ check ik. Wat ik al dacht, hij heeft dat inderdaad gedaan.  “Jij zeker niet,” zegt hij.  Ik krijg ineens zin om met de Reisgenoot een omgekeerde covidafstand te gaan vieren.  Misschien een bijwerking. 




There are no comments

Add yours